Kinderschoenen in de Keizerstad: Sinan Can kan in geen andere stad gelukkig worden
In Kinderschoenen in de Keizerstad interviewen we bekende Nederlanders met een rijk verleden in Nijmegen. Niet over hun alledaagse bezigheden, maar juist over hun binding met de stad, en hoe die doorwerkt in hun oeuvre en wereldbeeld. Er is geen betere kandidaat om het spits af te bijten dan documentairemaker Sinan Can: een Nijmegenaar in hart en nieren die zijn geboortestad te pas en te onpas aanprijst.
Je kan hem kennen van zijn deelname aan Wie is de Mol?, zijn columns, podcasts of boeken, maar Can vergaarde vooral bekendheid met zijn spraakmakende documentaires. De Nijmeegse journalist reist de hele wereld over om schrijnende situaties aan het licht te brengen, maar is nog altijd apetrotse inwoner van de oudste stad van Nederland, waar hij naar eigen zeggen veel aan te danken heeft. Nijmegen is voor Can geen woonplaats, maar een fundament.
Begin in Bottendaal
De familie Can streek in de jaren zestig neer in Nijmegen. Sinans opa en diens broer kwamen uit Erzincan, probeerden eerst in Istanbul een bestaan op te bouwen en vertrokken na een mislukte poging naar West-Europa. In Bottendaal vonden ze werk in de metaalfabriek. Hun plan was helder: sparen en ooit succesvol terugkeren naar Turkije.
Halverwege de jaren zestig waagden ze die stap, maar ook die poging strandde. Terug in Nijmegen bleek de stad inmiddels meer dan een tussenstop: er was vriendschap, werk en een thuisgevoel. Wat tijdelijk bedoeld was, werd definitief. In 1977 werd Sinan geboren op nummer 66 van de Burghardt van den Berghstraat. Het naastgelegen pand verhuurde de familie aan Turkse gastarbeiders.
Can kijkt terug op een fijne jeugd in Bottendaal, de wijk waar hij meer dan de helft van zijn leven zou blijven wonen. Woorden als 'geborgenheid' en 'harmonie' komen veelvuldig terug als hij zijn kinderjaren moet beschrijven. De warme gevoelens die hij aan die tijd bewaart, hebben hem zelfs gevormd als mens: “Een goede start echoot later door in je leven. Net zoals dat jeugdtrauma’s volwassenen op latere leeftijd nog blijven achtervolgen. Ik stond heel bleu in het leven. Thema’s als racisme en uitsluiting waren mij volstrekt onbekend”, vertelt de journalist. ‘’Mijn familie woont hier nu 62 jaar. Mijn opa was hier gelukkig, mijn vader is hier gelukkig, en mijn neefjes en nichtjes zijn hier gelukkig. Zo voelen inmiddels al vier generaties van één migratiefamilie zich hier thuis. Dat zegt iets over de stad, dat kan niet anders.’’
Uitsluiting uitgesloten
“Ik werd pas voor het eerst gewezen op mijn migratieachtergrond tijdens mijn studie in Tilburg. Soms hoorde ik ook wat domme opmerkingen bij het uitgaan, maar dat deed me niets, omdat het zich niet heeft opgebouwd.” Ook door zijn werk in de media krijgt hij regelmatig racistische opmerkingen naar zijn hoofd geslingerd, maar dat deert hem nog altijd niet. “Natuurlijk voorzie ik ze van repliek, maar het raakt me niet. Onwetende mensen doen soms domme uitspraken.”
©Edwin Smits
“Ik denk dat Bottendaal op het vlak van diversiteit een voorbeeldige wijk is en zelfs een tien scoort. Ik ken geen beter voorbeeld als het gaat om omkijken naar elkaar, zorgen voor de ander en in harmonie samenleven. Als je mensen met een migratieachtergrond van mijn generatie spreekt, zullen ze allemaal hetzelfde zeggen.”
Rollen omdraaien
Bij werkzaamheden in Hilversum en omstreken krijgt hij vaak de vraag of hij niet meer in de buurt zou willen wonen. Een retorische vraag, wel te verstaan. Can praat zelfs zo positief over de stad, dat hij mensen uit het medialandschap juist laat overwegen om deze kant op te komen. “Ik loop Nijmegen zo te promoten dat sommige mensen serieus twijfelen om hier te komen wonen, want ze vinden de sfeer ook altijd prettig. Zo kan ik hier zelf inmiddels ook niet meer weg. Ik denk dat ik in geen enkele andere stad in Nederland gelukkig kan worden.”
Can krijgt ook vaak te horen dat hij van ‘ver’ komt, maar daar kan hij zich niet in vinden: “De afstanden zijn prima te overzien. Je bent binnen een uurtje gewoon in Utrecht.” Bij die opmerking vermoedt hij een dubbele betekenis, maar ook die berust volgens hem niet op de waarheid. “Ze doelen wellicht ook op mijn migratieachtergrond en denken dat ik ben opgegroeid in een wijk als The Bronx en heel mijn jeugd tegen problemen aanliep, maar dat was totaal niet het geval. We hadden het misschien niet heel breed, maar we waren zeer gelukkig. Ik gun ieder kind de jeugd die ik heb gehad.”
Nijmeegse nostalgie
Als hem gevraagd wordt welke plekken nostalgie bij hem oproepen, moet hij even nadenken. Het is geen eenvoudige opgave om het bij enkele locaties te houden voor iemand die bijna een halve eeuw in de stad heeft doorgebracht. “Ik had tien tot vijftien jaar geleden zelfs een periode waarin ik rondtrok door Nijmegen met als doel iedere straat van de stad te zien. Er mocht geen steen aan me voorbijgaan.”

©Jurjen Drenth
Toch verdient het Valkhofpark een speciale vermelding. “Daar heb ik als kind veel gespeeld. Toen klommen we in de ruïne omdat daar nog geen hek omheen stond. Maar ook de Sint-Nicolaaskapel en het schitterende uitzicht over de Waal. En natuurlijk de Waal zelf.” Zijn sentiment voor de omgeving reikt evenwel verder dan het stadscentrum. “Heilig Landstichting, Beek, Berg en Dal… Als er ergens iets verandert, dan zie ik dat meteen.”
©Edwin Smits
Nijmegen maakt naast nostalgie soms ook verdriet bij hem los. “Ik geniet van fotoboeken waarin de stad te zien is voor het bombardement. Dan trek ik door het centrum met die foto’s en ga ik op zoek naar gelijkenissen.” Can heeft er begrip voor dat er destijds weinig geld was, maar wat er in de jaren zestig en zeventig is gebouwd, kan hem desondanks niet bekoren. “Wat als dat bombardement nooit had plaatsgevonden?” vraagt hij zich hardop af. “Want wát een esthetische stad was Nijmegen vroeger!”
Op pad met de patriot
“Er is al eeuwen migratie in de stad'', vertelt de drievoudig winnaar van De Tegel. ''Romeinen kwamen ook uit alle windstreken: de Balkan, Klein-Azië, Noord-Afrika, Frankrijk, noem maar op. Dat legioen bestond uit allemaal verschillende kleuren, geuren en klanken. En dat voel je ook: deze stad kent al vele kleuren uit het leven.”
“Het is ook niet voor niets dat zoveel mensen uit de kunst, cultuur en literatuur een link hebben met Nijmegen. Mijn vriend Fons de Poel zou nu zeggen: ''daar heb je onze Nijmeegse patriot weer'', maar het is gewoon zo. Van Nina Simone en Eddie Van Halen tot Henriëtte Presburg (moeder van Karl Marx, red.). Documentairemaker Stef Biemans is een voormalig klasgenoot van mij, en nieuwslezeres Saïda Maggé is wat jonger, maar komt ook uit Bottendaal. En zelfs bij het leger, de broers Van Uhm, dat zijn ook Nijmegenaren. Of wat te denken van Rob Jetten, die hoogstwaarschijnlijk de jongste premier ooit wordt (inmiddels oficieel beedigd, red.). Hij komt weliswaar uit Uden, maar zat hier in de gemeenteraad. Frans Timmermans, Laurens Dassen en Lilian Marijnissen hebben hier ook gestudeerd.”
Can heeft aan verhalen geen gebrek als kennissen de stad komen bezoeken. Bij wandelingen langs het Kronenburgerpark, de Lange Hezelstraat, het Valkhof en de Waal vertelt hij over het rijke verleden van de stad. “Alleen al het Canisius College kent alumni als Dries van Agt, Ruud Lubbers, Hans van Mierlo, maar ook iemand als Karel de Grote heeft hier zijn sporen nagelaten. Ik vertel ook graag over Joris Ivens, het bombardement, en natuurlijk de Gebroeders van Lymborch.”
Onbekend en wereldberoemd
In plaats van alsmaar af te reizen naar Hilversum, kan je de media natuurlijk ook gewoon hierheen halen, zoals Can deed met de documentaire Onbekend en wereldberoemd over de Gebroeders van Lymborch. In samenwerking met kunsthistoricus Pieter Roelofs, die net als hij in Nijmegen-Oost woont, ging hij op zoek naar het verhaal van het invloedrijke drietal. “De Nederlandse school heeft vele grote kunstenaars voortgebracht, maar ooit is de eerste steen gelegd, en dat hebben zij gedaan. Ik ben al even gefascineerd door ze en vind het zonde dat hun verhaal zo onderbelicht is, dus heb meteen ja gezegd toen Roelofs met het voorstel kwam.”
©Heyta Melssen
“Ik kende ze zelf ook niet goed genoeg”, beaamt Can. “Ik heb ze tien jaar geleden pas echt in het vizier gekregen. Vroeger dacht ik, ach, er zijn zoveel meesters. Maar als je je erin verdiept, kom je erachter dat bijvoorbeeld zelfs Walt Disney ze als inspiratie zag! Mensen als André Stufkens, Clemens Verhoeven en Peter van der Heiden zijn al jaren bezig om de broers op de kaart te zetten. Omroep Gelderland besteedde er al aandacht aan met de serie Ridders van Gelre en ik ben trots dat Pieter en ik nu ook een steentje bij hebben kunnen dragen.’’
De vraag of er ooit nog een documentaire over een Nijmeegs onderwerp gemaakt kan worden, zorgt voor een brede grijns op zijn gezicht. ‘’Dat sowieso! Ik heb al weleens overwogen om met Stef Biemans een documentaire te maken over onze oude klas op basisschool De Driemaster en onze wijk, vooral om te laten zien hoe het ook kan. Dat komt samen in onze klassenfoto; als je naar die foto kijkt, zie je alleen maar gelukkige kindjes met ieder een verschillende achtergrond.’’
Nijmeegs nachtleven
Can is ook liefhebber van de lokale horeca, en was in zijn studententijd een frequente bezoeker van het Nijmeegse uitgaansleven: “Stretto, Blues, Extase… Ik kwam overal eigenlijk wel.” Ook De Swing (oude discotheek in de Molenstraat) kan in zijn opsomming niet ontbreken, een waar begrip voor Nijmegenaren van zijn generatie. “Iedereen kan zich uitsmijter Percy (Wijngart, red.) herinneren, ik kom hem ook nog regelmatig tegen. Ik geniet ook enorm van die reüniefeesten waarop je iedereen van toen weer treft.” Zelf heeft hij ook een tijd in de Nijmeegse horeca gewerkt, bijvoorbeeld bij Cafetaria De Groenen en het inmiddels gesloten Grillroom Fean in de Grotestraat.
Genieten in het Goffertstadion
Bij een uitgesproken NEC-supporter als Can kan de vraag hoe hij kijkt naar de recente ontwikkelingen van de club uiteraard niet uitblijven. “Het is een mooi seizoen, het is ook echt leuk om in het stadion te zijn. Er wordt attractief gespeeld, maar het is ook gewoon een goed elftal en je moet het doen met het materiaal dat je hebt. Ik vind het dan ook niet nodig om de behoudende speelstijl van Rogier Meijer met terugwerkende kracht onderuit te halen.”
Net als vele supporters droomt ook Can van Europees voetbal: “Dat zou toch prachtig zijn. Ik herinner me nog de wedstrijd tegen FC Barcelona met het eigen doelpunt van Eric van Rossum of het avontuur onder leiding van Mario Been nog goed. Ik kijk dit seizoen met lichte jaloezie naar Go Ahead Eagles. Dat soort duels tegen Aston Villa, Olympique Lyonnais of Panathinaikos… of ze nou doorgaan of niet, dat zijn onvergetelijke momenten voor de mensen in Deventer. Dat gun ik onze stad ook.”
Can pakt ieder jaar een aantal duels mee als hij in het land is. “Ik heb momenteel geen seizoenkaart, omdat ik vind dat je dan ook moet streven om er iedere wedstrijd te zijn, maar dat is met mijn werk niet te doen. Er staan momenteel meer dan 4.000 mensen in de wachtrij, dus ik vind het niet kunnen als ik hen dan een plekje zou ontnemen”, een uitspraak die hem typeert als mens.
Rustoord
Can neemt veel risico in zijn werk, en voelt een ongekende drive om misstanden aan de kaak te stellen en menselijkheid te belichten in afschuwelijke omstandigheden. Dat komt niet in de laatste plaats door zijn jeugd: “Het begint allemaal met je opvoeding. Mijn ouders zijn heel activistisch en altijd bezig met het moreel kompas en het geweten. Maar dat is niet voldoende. Je hebt ook een omgeving nodig om dat in te kunnen ontwikkelen, en dat had ik.”
Hij gaat zelfs nog een stapje verder als het gaat om in hoeverre Nijmegen hem gevormd heeft. “Wie ik nu ben, heeft alles met de opvoeding, wijk en stad te maken. Ik was omringd door zoveel warmte en vertrouwen in mijn jeugd. Als ik continu uitsluiting had meegemaakt, was ik ongetwijfeld veel wantrouwiger en sneller geprikkeld. De harmonie en tolerantie waarin ik ben opgegroeid, zie je terug in mij als mens en mijn werk. Ik probeer mild te zijn, niet te snel te oordelen en ben altijd op zoek naar hoopvolle verhalen: de menselijke schoonheid tentoonstellen in de meest lelijke omgevingen.”
Het vertrouwde gevoel van zijn geboortestad is nooit verdwenen bij de documentairemaker: “Als ik na een reis in Nijmegen aankom, word ik echt gelukkig. Een wandeling door de stad, over de markt, of zelfs even naar de supermarkt gaan; alles maakt me vrolijk. Ik noem de stad dan ook vaak mijn rustoord.”
Superlatieven
Can komt superlatieven tekort om Nijmegen in zijn geheel te beschrijven. “Ik ken geen plaats die je zo mooi inrijdt. Vanaf de brug, met de stad op een heuvel omringd door groen… die entree zie je nergens.” Vooral wandelaars en fietsers raadt hij aan om een keer de omgeving te verkennen. “Meestal denken ze, ach, heb je hem weer met zijn Nijmegen-gezwets, maar als ze dan eenmaal komen, balen ze dat ze het niet eerder ontdekt hebben en komen ze vaker terug. De groene ring rond Nijmegen is fantastisch!” Desondanks schuilt de echte schoonheid volgens Can niet in de esthetiek. “De stad is mooi, maar de mensen maken de stad.”
Fotografie: Edwin Smits, Jurjen Drenth, Jorjan Quinten, Heyta Melssen, Joep Hetem