Kinderschoenen in de Keizerstad: Mátyás Bittenbinder bloeide op in Nijmeegse natuur
In Kinderschoenen in de Keizerstad interviewen we bekende Nederlanders met een rijk verleden in Nijmegen. Niet over hun alledaagse bezigheden, maar juist over hun binding met de stad, en hoe die doorwerkt in hun oeuvre en wereldbeeld. In deze editie spreken we met Mátyás Bittenbinder, de Nijmeegse bioloog die in 2024 bij Naturalis en de VU Amsterdam promoveerde met zijn onderzoek naar het effect van slangengif.
Bittenbinder vergaarde nationale bekendheid met zijn vele media-optredens, zoals zijn deelname aan Expeditie Robinson of finaleplaats in De Slimste Mens. Hij voelt zich echter het meest thuis als hij ver verwijderd is van de spotlights en camera’s, namelijk in de natuur. Een fascinatie die ontstond aan de rand van zijn tuinvijver in Hazenkamp. Hij vertelt erover vanuit zijn tijdelijke verblijf in Parijs.
Als een vis in het water
In 1992 zag Bittenbinder het levenslicht in het Radboudziekenhuis, als zoon van een kunstschilder en een neonatoloog. Hij groeide op in de wijk Hazenkamp aan de Marterstraat, de broedplaats van zijn verwondering voor de natuur. "Ik heb daar de eerste achttien jaar van mijn leven met veel plezier gewoond. Door ons tuinvijvertje ontwikkelde ik interesse in de natuur. Kikkers, salamanders, vissen… ik sorteerde ze op kleur of hield ze een tijdje in mijn aquarium. Gelukkig had ik vriendjes die het ook heel leuk vonden, en met een van hen ben ik nog steeds goed bevriend. We gaan regelmatig samen op vakantie, dan gaan we bijvoorbeeld een week lang vogels spotten in Roemenië of Spanje of zo."
Een groot deel van zijn jeugdelijke herinneringen vond dan ook buiten de deur plaats. "Vanaf een bepaalde leeftijd trek je ook wat meer naar binnen en worden dingen als de PlayStation interessant, maar de eerste twaalf-veertien jaar van mijn leven was ik bijna altijd buiten. Ik ging vaak naar de Goffert, Heumensoord of de Ooijpolder. In de herfst gingen we kastanjes rapen bij de Duivelsberg en sloten we de wandeltocht af bij het pannenkoekenrestaurant. Of bij De Heksendans, voor de glijbaan. Ik las laatst dat ze die weg hebben gehaald, eeuwig zonde."
In de sterren geschreven
Zijn jeugd in Nijmegen klinkt meer als een warm nest dan een slangenkuil. Vandaar dat het geen wonder is dat hij in de ban raakte van het reptiel tijdens een reis naar zijn vaderland. "Ik keek altijd naar de serie van Steve Irwin (The Crocodile Hunter) en was jaloers op de dieren die hij vond. Toen ik een jaar of zeven was, vond ik op vakantie in Hongarije een slang. Ik dook het water in en ving hem; toen voelde ik me net mijn jeugdheld. Dat is wel een onvergetelijk moment."
Familie Bittenbinder ging vaak op vakantie met de camper, die vanaf dat moment volgeladen zat met boeken over dieren en planten. "Als je mijn omgeving vroeg wat ik later zou worden, dan was het 100% iets met dieren. Ik heb niet zo lang geleden ook nog een basisschoolreünie gehad in Lima en iemand had een oud vriendenboekje meegenomen. Daar stond in dat ik later zelf ook 'iets met dieren' wilde gaan doen. Het stond eigenlijk dus altijd al in de sterren geschreven."
Nostalgie in een notendop
Stilzitten kwam niet voor in zijn repertoire. Hij zat op voetbal bij Union en ging vaak mountainbiken bij Heumensoord. "Ik moest altijd een sport doen van mijn moeder, maar ik had iets meer met cultuur. Mijn ouders hadden een abonnement op de stadsschouwburg en ik ging vaak mee. Daar heb ik kennisgemaakt met namen als Youp van ‘t Hek, Theo Maassen en Najib Amhali, mede daardoor ben ik groot cabaretfan geworden. Bij De Vereeniging gingen we naar klassieke concerten en later ging ik met vrienden naar Het Oude Doornroosje."
©edwinsmits.nl
Bittenbinder ging naar basisschool De Hazesprong en volbracht zijn middelbare schooltijd op het Montessori College, nabij de buitenspeeltuin waar hij als kind graag kwam. "De Leemkuil vond ik fantastisch. Daar bewaar ik heel warme herinneringen aan. Maar ook aan de oude stoomlocomotief bij de Goffertboerderij of de natuurtuin bij de Goffert… en natuurlijk het Goffert Zwembad!"
©edwinsmits.nl
Nijmeegse natuur
Gevraagd naar zijn favoriete bestemmingen rondom zijn geboortestad, haalt hij in eerste instantie andermaal de omgeving aan die hij in zijn jeugd associeerde met pannenkoeken. "De Duivelsberg blijft een heel uniek landschap. Je hebt niet op veel plekken in Nederland zo'n mooi heuvelachtig, oud beuken- en kastanjebos. En dan ook nog te bedenken dat die kastanjebomen geplant zijn door de Romeinen… Die plek heeft toch wel iets magisch."
©Jelle Buiting
"De Ooijpolder kom ik ook graag, bij Millingerwaard", gaat hij verder. "Op het gebied van vogels is dat echt fantastisch, omdat je daar een combinatie hebt van water, riet en weidelandschap. En als je dan terugfietst over de Ooijse Bandijk en in de verte de stad en de Waalbrug ziet... Dat is gewoon fantastisch. Ik kom er al meer dan 30 jaar, maar het blijft prachtig om te zien. En dan heb je daar ook nog de Waalstranden uiteraard. Als ik twee gebieden rondom Nijmegen mag uitlichten, zijn dat ze wel."
![]()
Hij heeft die laatste zin nog niet volledig uitgesproken en brengt alweer een ode aan de verdere omgeving. "Overasselt is natuurlijk ook super bijzonder, met de Hatertse Vennen, of Heumensoord met de heides. Dat is wat ik zo leuk vind aan Nijmegen. Die grote variatie tussen polder, zoetwaterstrand, oude beukenbossen, heiden, moerassen… zo veel verschillende soorten natuur bij elkaar zie je bijna nergens."
Buiten de gebaande paden
De vraag of zijn carrièrepad misschien anders was gelopen als hij vroeger niet omringd was met zo'n gevarieerde natuurlijke omgeving, vindt hij allerminst overdreven. "Je bent ook heel erg afhankelijk van je sociale kringen. Ik heb het geluk gehad dat ik op een leuke basisschool zat en daar vrienden heb gemaakt die ook graag buiten waren. Dat heeft in combinatie met de groene omgeving ongetwijfeld meegespeeld. Als ik in een grote stad was opgegroeid en geen tuintje zou hebben gehad, was het wellicht anders gelopen."
Toch kon ook het stadscentrum hem in zijn jongere jaren al bekoren. "Ik ging regelmatig naar cafés in de Molenstraat en plekken als Underground, Billabong, Twee Keer Bellen, De Fuik of Bascafé. Mooie tijden waren dat." Het studentikoze uitgaansleven is inmiddels wel verleden tijd voor de dertiger. "Als ik nu terugkom om met jeugdvrienden af te spreken, doen we dat vaak bij Samson of rondom de LUX, met Faber en Florijn en zo, dat stukje vind ik erg leuk. PAAK vind ik trouwens ook tof."
Zo groen als gras
Voor de beginnende Nijmeegse natuurliefhebber heeft Bittenbinder voldoende tips in huis. "Koop een verrekijkertje, dat hoeft helemaal geen dure te zijn. Begin in de Ooijpolder, ga ergens aan de Oude Waal staan en als je dan een beetje om je heen kijkt, zie je zo 20 soorten vogels. Tegenwoordig heb je daar ook zeearenden, echt gigantische roofvogels. Sinds dit jaar zit er een paartje dat ik elke keer zie in de bomen aan de overkant van het water. Mega indrukwekkend van dichtbij. Maar ook zonder hen zijn er genoeg eenden, reigers en meeuwen. Met een vogelboekje of app kan je al een heleboel leren."
![]()
"Wat ook tof is; bij de Duivelsberg kan je alle vijf spechten van Nederland vinden. Iets verder weg heb je ook De Bruuk, dat is een heel bijzonder moerasgebied omdat het in het voorjaar helemaal vol staat met orchideeën. Met een beetje geluk vind je daar ook nog ringslangen. Verder zijn de natuurtuinen bij De Goffert of Brakkestein ideaal om te leren over de landschappen in Nederland."
©Bob Jansen
Daarnaast heeft hij ook een aanrader die niet locatiegebonden is. "Er bestaat een erg goede app voor op je telefoon, ObsIdentify. Voor de mensen die ooit Pokémon hebben gespeeld: het werkt eigenlijk als een soort Pokédex. Als je een plant of dier tegenkomt en scant met die app, krijg je daar direct alle informatie over te zien. Dat is een mega leuke manier om te leren wat er in je omgeving groeit. Dan ga je de natuur op een heel andere manier zien."
Terug op het oude nest
De stad heeft hem nog altijd meer te bieden dan nostalgische herinneringen. "Ik heb nog steeds veel liefde voor Nijmegen en ik kom er ook nog vaak. Mijn vader woont er nog en is ook verkocht aan de stad. Hij heeft een paar jaar in Ooij gewoond en gaat nu naar Oost verhuizen." De artistieke kant van zijn vader uit zich bij Bittenbinder vooral in natuurfotografie, al maakt hij ook graag muziek en speelt hij piano.
De uitstapjes naar zijn geboortestad blijven echter lang niet beperkt tot familiaire bezoeken of ontmoetingen met Moeder Natuur. "Ik kom het liefst ook altijd terug voor de Zomerfeesten. Ik heb een aantal jaar verzaakt door andere afspraken, maar de laatste jaren doe ik er alles aan om erbij te zijn." Komende juli is hij dan ook van plan de Franse hoofdstad tijdelijk in te ruilen voor zijn geboorteplaats. "Het blijft een stad naar mijn hart. Ik woon prima in Amsterdam, of nu dan tijdelijk in Parijs, maar sluit zeker niet uit dat ik op een dag definitief terugkeer."
Fotografie: edwinsmits.nl, Jelle Buiting, Bob Jansen, Sophie Lurderer