Een poel des bederfs

We schrijven midden negentiende eeuw. De Oude Haven is in erbarmelijke staat. De haven ligt in het westelijke deel van de Waalkade. Daar waar de Duitse kunstenaar Klaus van de Logt een eeuw later zijn spiraalvormige “Labyrint” zal aanleggen. De gemeente heeft verzaakt de Oude Haven te onderhouden. Met alle gevolgen van dien. Steeds minder schippers doen de haven aan. Overwinteren doen zij daar al helemaal niet meer. Alleen de veerpont vindt er een schuilplaats als de Waal weer eens “gaat staan”. Totdat de dichtgevroren rivier weer is uitgedold en smeltwater en schotsen richting Noordzee stromen.

De binnen de stadswallen van Nijmegen gelegen Oude Haven is langzamerhand helemaal dichtgeslibd. De handel met de rivier raakt in het slop. Met grote gevolgen voor de wankele economie van het Havenkwartier in het bijzonder. Armoede en verpaupering nemen toe. Het gemeentebestuur beslist dat er een nieuwe haven moet komen. De betonmolen van vooruitgang wordt in werking gezet. Omdat Nijmegen in die tijd niet zonder haar natte handel kan. Economische vernieuwing is broodnodig, wil de stad Nijmegen geen enorme achterstanden oplopen.

Demping van de Oude Haven

De Nieuwe Haven wordt verder ten westen van de stad, buiten de stadswallen aangelegd. Daar waar nu de nieuwe Gelderlanderredactie ligt gehuisvest, vlakbij de Kaaisjouwerskade. De Nieuwe Haven moet een woning voor de havenmeester krijgen, en een lage loswal met voldoende overslagcapaciteit. In 1852 wordt met de aanleg begonnen. De Nieuwe Haven, de huidige Waalhaven, is vijf maal zo groot als de oude. De industriële activiteiten blijven echter kleinschalig en traditioneel premodern.

Maar wat te doen met de Oude Haven? Op de weinige voorhanden zijnde afbeeldingen van het haventje zijn de oude Boddelpoort – of Bottelpoort - en de Sint-Hubertustoren te zien. Met daarop die markante molen. Ook deze gebouwen zijn door het stadsbestuur verwaarloosd. Met toestemming van het rijk wordt besloten om toren, poort en alles wat Havenkwartier heet te slopen. De omwalling en alle stadspoorten worden gesloopt. Ook de oude Hezelpoort moet er aan geloven. In vier jaar tijd vindt de demping van de Oude Haven plaats. Een verhaal op zich.

Een dubbeltje voor je puin

Het mag niks kosten om die stinkpoel op te ruimen. In knerpend traag tempo wordt de poel des bederfs volgestort. Met puin afkomstig van de sloop van het oude Havenkwartier. Om demping te bespoedigen krijgt elke Nijmeegse burger die zijn steentje bijdraagt een beloning. Noem het een vroege vorm van publieksparticipatie. Ideetje van een goochem raadslid. Het gemeentebestuur keert voor elke karrenvracht met puin een dubbeltje uit. Nou, het wordt wat meer dan alleen “dat steentje”. Binnen vier jaar tijd sleurt de burger puin, afval, bagger en andere glurf naar de stinkende poel. Op het laatst zelfs slachtafval. Alles waar maar een beetje geld mee kan worden verdiend. In de hoop dat de portemonnee wordt gevuld als de haven wordt gevuld. Met de grootst mogelijke rotzooi.

Wat dat voor de bodemstabiliteit van de Waalkade betekent, kan een kleuter op zijn vingers uitrekenen. Plus neem daarbij de gevolgen voor de plaatselijke hygiëne. De pleuris breekt uit, omdat elk te bedenken ziekte de kop opsteekt. Het Havenkwartier moet in quarantaine, terwijl de bedenkers van het briljante dempingsplan op sjiek door het nabij gelegen stadspark flaneren. Daar waar de kop van de Oude Haven zal eindigen als parkvijver. Het Havenkwartier verdwijnt. Waar onder meer Kaaisjouwers met hun veelkoppige gezinnen woonden. In een tijd dat ze nog “zakkendragers” heetten. Ze laadden en losten de binnenvaartschepen. Samen met andere Havenkwartierbewoners dempten ze in armoede die Oude Haven. Ze dekten hun bron van inkomsten toe.

 

Bijschrift headerfoto: De Oude Haven. Met rechts de Boddelpoort (Bottelpoort) en de St. Hubertusmolen op de “Rode Toren” (beeldarchief RAN).