Canon van Nijmegen: De bouw van de Stevenskerk

Nijmegen bulkt van de historische verhalen. Over kopstukken en gewone lieden, wijken en politieke gebeurtenissen. In de Canon van Nijmegen zijn de belangrijkste verhalen over Nijmegen geselecteerd. Een van die verhalen gaat over de Stevenskerk

Vlak bij de Valkhofburcht stond vanouds de Nijmeegse parochiekerk. Toen in de tweede helft van de dertiende eeuw de stedelijke omwalling werd aangelegd, moest de parochiekerk daarvoor wijken. De graaf van Gelre en het stadsbestuur besloten een nieuwe kerk te bouwen: de Stevenskerk op de Hundisburg.

1273 - 1560: Bouw van de Stevenskerk

Op 7 september 1273 werd de nieuwe Stevenskerk plechtig ingewijd door bisschop Albertus Magnus, namens de aartsbisschop van Keulen. Nijmegen viel in de middeleeuwen namelijk onder het kerkelijk gezag van deze aartsbisschop. De oorspronkelijke Stevenskerk was een stuk kleiner dan de huidige. In verschillende fasen werd er bijgebouwd. Zo kwamen tussen circa 1420 en 1456 een nieuw koor met kooromgang en straalkapellen tot stand, onder leiding van de bekende Rijnlandse bouwmeester Gisbert Schairt van Bommel. Omstreeks 1560 had de kerk zijn huidige omvang bereikt. Op de plek van de oude kerk op het Valkhof werd in 1459 de Sint-Gertrudiskapel gebouwd. Die werd in 1579 afgebroken, maar er zijn nog steeds enkele muurresten zichtbaar.

Vanaf 1214: Kloosters in Nijmegen

Naast de parochiekerk kende het middeleeuwse Nijmegen een groot aantal kloosters. Het oudste was de Commanderie van Sint Jan, die sinds 1214 wordt vermeld. Dit was een combinatie van klooster en gasthuis voor de opvang van zieken en vreemdelingen. Een ander belangrijk klooster was dat van de paters dominicanen, ook wel het broerenklooster genoemd. Zij waren sinds 1293 gevestigd in de Broerstraat, waar ze tot omstreeks 1950 zijn gebleven. De dominicanen leidden een sober bestaan en voorzagen in hun levensonderhoud door bedelen, prediking en zielzorg.

Nijmegen kende niet alleen mannenkloosters. In ieder geval vanaf 1228 was aan de Nonnenstraat een nonnenklooster gevestigd. Verder telde de stad enkele begijnenhuizen, waarvan het oudste aan de Begijnenstraat lag. In de begijnenhuizen woonden vrome vrouwen samen, zonder dat ze een kloosterregel volgden. Onder druk van de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten namen de meeste begijnenhuizen op den duur een kloosterregel aan, zoals ook het klooster op de Hessenberg.

Vanaf 1455: Concurrentie voor de kerk

Pastoors waren niet blij met de komst van kloosters, omdat ze geduchte concurrenten waren. Dat gold overigens ook voor de Franciscanen, die zich in 1455 bij de stad vestigden. Ook de Moderne Devotie, een spirituele vernieuwingsbeweging binnen de katholieke kerk, kende in Nijmegen navolgers, onder meer aan de Molenstraat. Broeders van het Gemene Leven, zoals de aanhangers van de Moderne Devotie zich noemden, betrokken omstreeks 1470 een huis aan de Lage Markt. In 1475 verhuisden ze naar de Bottelstraat, waar ze een aantal aangrenzende huizen kochten. De broeders verdienden hun inkomen met de huisvesting van scholieren en het kopiëren en illustreren van boeken.

Dit vind je misschien ook leuk