Rage Room Smash It: wat ik kapotsloeg en wat ik redde
Toen ik werd gevraagd om Jeff en Mitch van Rage Room Smash It te interviewen – en het ditmaal een column mocht worden – was ik in mijn nopjes. Er zijn slechtere manieren om je week mee af te sluiten dan legaal dingen kapotslaan in naam van de journalistiek.
Twee Nijmeegse broers. In Weurt. Met een passie voor chaos.
Blijkbaar had deze regio dringend behoefte aan kamers vol glaswerk, defecte elektronica en zorgvuldig opgepotte frustraties. Waar anderen een yogastudio openen, kozen zij voor gecontroleerde destructie.
Geen klankschalen, maar klaphamers.
Geen wierook, maar versplinterd multiplex.
Hun concept is even eenvoudig als geniaal: een ruimte waar frustratie geen probleem is, maar het businessmodel. Waar je niet wordt gevraagd om tot tien te tellen, maar om je veiligheidsbril op te zetten en een aansprakelijkheidsverklaring te tekenen. Een plek waar je eindelijk legaal je innerlijke maandag kwijt kunt.
Want laten we eerlijk zijn: soms wil je geen mindfulness. Soms wil je een printer doormidden slaan.
En precies daar, tussen glasscherven en bijlen, begon mijn onderdompeling in de wereld van gecontroleerde chaos.
En zo stond ik daar, met een vriendin, in een zorgvuldig geprepareerde ruimte. Blauwe overall. Veiligheidsmasker. Handschoenen. Knuppels en ander wapentuig lagen binnen handbereik.
Ik had die week ook gewoon een keer extra kunnen gaan kickboksen.
![]()
Mitch vertelde hoe het begon. “Ik zag op social media dat het in Amerika al best groot was. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ik dacht meteen: dit is het.” Hij stuurde zijn broer direct een bericht: “Ik heb gevonden wat wij gaan doen.”
En dat deden ze dus.
Wat hen vooral opviel: 80% van de bezoekers blijkt vrouw te zijn. Geen tikfout.
Jeff zei bijna verontschuldigend: “We hebben ooit gevraagd waarom dat zo is. Er kwamen zóveel reacties.”
Blijkbaar hebben wij vrouwen iets opgekropt. Iets met mansplaining, “lach eens” en “het was maar een grapje”.
Mijn vriendin – vanwege AVG-redenen noemen we haar Jomanda – kwam binnen als het toonbeeld van kalmte. Yoga. Ingestraald water. ‘Alles mag er zijn.’
Tien minuten later stond ze met een koevoet tegen een flatscreen te schreeuwen.
Daar kom ik zo op terug.
![]()
Maar eerst redde ik een ontbijtbordje. Een bijna kitscherig porseleinen exemplaar, versierd met fruit en bloemetjes. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.
Ik werd aangekeken alsof ik het concept niet helemaal had begrepen. Hier kom je om te slopen. Niet om te redden.
“De meeste mensen zijn in het begin wat terughoudend,” zei Mitch. “Ze denken: mag ik dit nou écht kapotmaken?”
Ja. Dat mag. En als er eenmaal iets breekt, is er geen weg meer terug.
We moesten even warmdraaien. We begonnen met bijlwerpen.
“Als je hier staat, draait de bijl precies één keer rond,” legde Mitch uit, alsof hij het over natuurkunde had. “Gewoon boven je hoofd, armen strekken en laten gaan.”
Beginnersgeluk. Net als die ene keer dat ik voor het eerst dartte en mijn collega – die wekelijks wedstrijden speelde – er drie keer achter elkaar uitgooide.
Daarna de smash room. En natuurlijk vroeg ik ‘Killing in the Name’ aan. Ja. Van Rage Against the Machine. Subtiel als confetti op een begrafenis.
Maar eerlijk: het werkte.
In het begin giechelde ik nog. Een beetje beschaamd. Alsof ik iets deed wat niet mocht. Alsof die ene ontbrekende schroef heus geen kwaad kon. Alsof geweld de laatste alinea van de IKEA-handleiding was.
Toen brak er iets.
Niet alleen een fles.
De geest was eruit.
Bij Jomanda brak er meer.
Servies tegen het – naar later bleek – onverwoestbare kastje.
En dat was nog maar het begin.
Ze begon te fulmineren.
Over sokken die na de was alleen door het leven moesten.
Over verkeerd opgehangen wc-rollen.
Over de mensheid.
![]()
Ik keek haar aan door mijn inmiddels troebel geworden veiligheidsbril.
Zo. Dat lag dus op de bodem van het ingestraalde water.
Jeff had het voorspeld: “Soms komt iemand superstil binnen. En daarna gaat het helemaal los.”
Jomanda was zo iemand.
Wat Smash It zo mooi maakt, is dat het niet alleen destructie is, maar ook lef. Twee broers zonder ondernemersachtergrond die een bedrijfsplan schreven, zich aansloten bij Startup Nijmegen en binnen twee weken een lening regelden. “Als je het juiste plan hebt en de juiste gedrevenheid, kun je ze overhalen,” zei Jeff nuchter.
Jeff studeerde verpleegkunde. Mitch studeerde social work.
Mensen helpen kan blijkbaar ook met een koevoet.
Dat zie je terug in de uitvoering. De ruimtes zijn strak georganiseerd. Afval wordt gescheiden: metaal apart, hout apart, restafval apart. “We werken samen met kringloopwinkels. Soms scheelt hen dat duizend kilo afval per maand,” vertelde Mitch.
Duurzaam slopen. Ook dat kan.
En ja, ze zijn ambitieus. Wat nu een paar smash rooms zijn, moet uitgroeien tot een groter centrum. Een speeltuin voor volwassenen. Een tikje Jackass-energie, maar dan veilig. En Nijmeegs.
Na afloop stonden we buiten. Bezweet. Licht hysterisch. Met een ongepaste hoeveelheid voldoening.
Ik voelde me opvallend zen. Alsof mijn hoofd leger was.
Jomanda ook.
Ze zei alleen: “Moet ik mijn koevoet nog inleveren?”
Ik knikte.
En dacht aan dat geredde ontbijtbordje in mijn tas.
Misschien symboliseert het alles wat ik niet kapot wil maken.
En alles wat ik af en toe wél moet slopen.
Al was het maar op ‘Killing in the Name’.
Volgende keer vraag ik iets originelers aan.
Waarschijnlijk een nummer van The Prodigy.
Fotografie: Tycho van Dijk