Van voor af aan beginnen; het bombardement van Nijmegen

De Nijmeegse binnenstad wordt gekenmerkt door historische panden en naoorlogse wederopbouwarchitectuur. Deze mix van stijlen verraadt niet alleen de opbouw van de stad door de eeuwen heen, maar ook de vernieling ervan in 1944.

De hoofdingang van het grotendeels verwoeste StationDe hoofdingang van het grotendeels verwoeste Station

Spoor van verwoesting uit onverwachte hoek

Op 22 februari 1944 even voor half twee ’s middags, wijst de Amerikaanse luchtmacht de Keizerstad aan als gelegenheidsdoelwit. Onder uiterst verwarrende en misleidende omstandigheden laten de Amerikaanse vliegers hun bommenlast van min of meer tweehonderd bommen los om de bezette spoorwegen en bruggen te treffen. Tot grote spijt wordt tijdens deze operatie het stadscentrum erg zwaar getroffen. Het brandbare historische centrum vat al snel vlam. 

In een poging de vlammenzee te bedwingen, wordt water uit de Waal gepompt. De afstand tot de brandhaarden blijkt echter te groot en een deel van de oude binnenstad gaat in vlammen op. Een spoor van verwoesting blijft achter. Toch krabbelt de weerbare bevolking van Nijmegen al kort na de ramp weer op, zoals blijkt uit het dagboek van de Nijmegenaar Andries Koster. Hij helpt zichzelf die noodlottige dag onder het puin vandaan van de toenmalige Petrus Canisiuskerk. Deze kerk is zwaar getroffen en tegenwoordig grotendeels in naoorlogse nieuwbouw te zien aan de Molenstraat. 

Vanuit het ziekbed schrijft Koster enkele dagen later aan zijn familie: “We beginnen maar weer van voor af aan. ’t Is jammer, het ging de laatste tijd aardig goed en nu dit weer.” Uit een rondvraag onder de slachtoffers blijkt dat het offerbesef van de Nijmeegse burgerbevolking groter is geweest dan de wrok naar de geallieerde piloten. 

Het verwoeste centrum met links de toren van de Petrus CanisiuskerkHet verwoeste centrum met links de toren van de Petrus Canisiuskerk
Gelegenheidsdoelwit Nijmegen

Het verhaal gaat dat in het heetst van de strijd jonge piloten Nijmegen zouden hebben verward met het nabijgelegen Kleve in Duitsland. In werkelijkheid vliegt echter de formatie bommenwerpers naar de aangewezen target of opportunity Nijmegen. De weersomstandigheden boven het oorspronkelijk bedoelde Duitse doelwit Gotha blijken te ongunstig. Na de oorlog krijgt het bombardement al gauw de reputatie van het ‘vergissingsbombardement.’ In hoeverre er daadwerkelijk sprake is van vergissing blijft tot op vandaag een punt van discussie. Het staat vast dat Nijmegen een reserve doelwit moest zijn. In de naoorlogse internationale betrekkingen ligt het bombardement nog gevoelig. Niet eerder dan 1984 vindt de eerste officiële herdenking plaats van het bombardement van Nijmegen. 

Herinneringsplaatjes markeren de vlammenzee    

Sinds medio 2017 is de brandgrens van de verwoestende vlammenzee van 1944 met achthonderd herinneringsplaatjes op de straten van de binnenstad zichtbaar gemaakt. Het aantal plaatjes correspondeert met de namen van het aantal Nijmegenaren dat is omgekomen die dag. Als je er eenmaal op let dan gaat er geen herinneringsplaatje meer aan je voorbij. Wie een beeld wil krijgen van de omvang van het bombardement kijkt dus niet alleen naar de wederopbouw, maar ook naar de plakaatjes op de grond. Zo kun je een naam herdenken en de bevrijde en feestelijke sfeer van de binnenstad temeer koesteren.