Tentoonstelling De Pest in Museum het Valkhof

| Heyta Melssen

Door de eeuwen heen is de mensheid bedreigd door dodelijke gevaren: natuurrampen, oorlogen, hongersnood en epidemieën. Waarbij de laatste de grootste bedreiging vormde. Natuurrampen waren vaak lokaal, tegen oorlog kun je je wapenen en hongersnood trof vooral de armen. Maar epidemieën en dan vooral de pest, die keek niet naar rangen of standen. De pest sloop ’s nachts de stad in, verspreidde zich met schijnbare willekeur over de huizen en liet een land in chaos achter.

Gedurende vier eeuwen hield de pest Europa in zijn greep. De zwarte dood kwam en ging, bleef soms jaren weg en dook dan ineens weer met verdubbelde kracht op en kostte tientallen miljoenen mensen het leven. Geen wonder dat de pest een grote rol speelt in onze collectieve herinnering en zijn sporen heeft nagelaten in onze cultuur en samenleving.

De tentoonstelling die op 25 februari zou starten in Museum het Valkhof zou daar een goed beeld van kunnen laten zien. Ware het niet, oh ironie van het lot, dat juist door een epidemie het museum voorlopig de deuren nog gesloten houdt.

De eeuwige vijand

Als je de tentoonstelling betreedt, sta je meteen oog in oog met je grootste angsten. De pestdokter kijkt je aan, confronterende schilderijen en een crucifix tonen de pest in zijn ware gedaante en als bezoeker loop je als het ware spitsroeden tussen de verschillende vormen van angst.

Heb je die eenmaal overwonnen, dan ontmoet je de martelaren, de patroonheiligen die in tijden van pestilentie worden aangeroepen: Sint Sebastiaan en Sint Rochus. De rol van de kerk en het geloof wordt mooi verbeeld met beelden, ramen en amuletten. Was het een straf van god, of het werk van de duivel? Op veel schilderijen en prenten zijn de verschillende interpretaties te zien. Ook in de moderne kunstuitingen wordt de pest fraai verbeeld. Je maakt kennis met echte pestdoden en hun veroorzakers en met de zondebokken die telkens werden gezocht. Ook de ruiters van de Apocalyps zijn in diverse vormen aanwezig.

De pest in Nijmegen

De pest had Nijmegen diverse keren in zijn greep en telkens werden maatregelen aangekondigd waarvan sommigen ons nu griezelig bekend in de oren klinken. Er heerste een avondklok waarbij de klokken in de Sint Stevenskerk om kwart voor negen werden geluid. Om negen uur gingen onherroepelijk de poorten van de stad dicht. Uit voorzorg werden geïmporteerde etenswaren en goederen in de Waal geworpen. Pesthuizen werden ingericht waar de patiënten werden verzorgd door geheel in het wit gehulde figuren. Doden werden zo snel mogelijk afgevoerd en zonder veel ceremonieel begraven en huizen waar de pest had huisgehouden werden ontsmet of platgebrand. Ook de dieren die ten tijde van de ziekte in huis waren werden omgebracht. Dit alles tegen boetes van vele goudstukken voor de overtreders.

De angst voor dieren, en vooral ratten, zat er goed in. Niet alleen hun achterbakse gescharrel maar ook de stank van hun uitwerpselen in de bedstee en het bedorven voedsel dat overbleef nadat de ratten daaraan hadden geknaagd vervulde de bevolking met walging. Vooral langs de kades woonden veel ratten en daar sloeg ook telkens weer de pest als eerste toe.

 

De Nijmeegse wonderdokter

Halverwege de 17e eeuw liep dokter IJsbrand van Diemerbroeck zijn visites in de Benedenstad. Hij deelde met gulle hand theriac rond, sneed pestbuilen open en gaf de mensen de raad om hun huizen goed te luchten. Zelf droeg hij een snavelmasker gevuld met kruiden tegen de pestilente lucht. In zijn apotheek deed hij goede zaken. Maar hij deed meer. Hij onderzocht de plekken waar de pest toesloeg en ontdekte de samenhang tussen ratten, hygiëne en waarom sommige patiënten overleefden. Hij schreef een belangrijk handboek dat al snel wijd werd verspreid. Van Diemerbroeck zelf werd aangesteld aan de Universiteit van Utrecht, en de pest leek overwonnen. In de tentoonstelling wordt ruim aandacht aan deze Nijmeegse wonderdokter besteed.

De pest in de moderne tijd

Voor het laatst heerste de pest in Azië, begin 20e eeuw en via de koloniën krijgt Nederland hier nog een staartje van mee. Europa zelf blijft gevrijwaard. Toch blijft de ziekte tot de verbeelding spreken. In de laatste zaal wordt de bezoeker uitgenodigd om tussen de bacteriën en microben te gaan liggen. Ze zitten veilig verstopt in glazen ampullen maar maken nog steeds deel uit van ons dagelijks leven. Zowel de goede als de kwaden, zoals de huidige coronapandemie laat zien.

Spoedig open?

En nu maar hopen dat deze tentoonstelling snel open kan voor het grote publiek. De bordjes om afstand te houden en met maximum aantallen per zaal hangen al klaar. Wachten is nog op het groene licht voor versoepelingen in de cultuur.

De tentoonstelling loopt van 25 februari (online) tot en met 30 juni 2021.

Fotografie: Willem Melssen en Heyta Melssen

Dit vind je misschien ook leuk