De verschrikkelijke sneeuwman

De Tweede Wereldoorlog liep ten einde. De strijd in de Belgische Ardennen verliep maar moeizaam. De Duitsers wisten de opmars van de Amerikanen met heftige tegenstand sterk te vertragen. Een van de soldaten die onder de Stars and Stripes diende was geen Amerikaan, maar een Belg en hij haatte Duitsers. Hij had een appeltje met die moffen te schillen. Wie niet toen?

Eind 1944 viel plots de winter in. Met castrerende kou. Nu kwam het offensief van het Amerikaans leger in de Ardennen helemaal stil te liggen. Je zult zeggen: wat heeft dat met Nijmegen te maken? Geduld! Het sneeuwde en de GI’s hadden geen witte camouflagepakken. Ze liepen door de veranderde weersomstandigheden opeens gevaar als rendieren in de sneeuw te worden afgeschoten, in hun dennengroene uniformen. Ware het niet dat de bewoners van de Ardennen op een lumineus idee kwamen: van hun lakens en ander wit goed camouflagepakken maken. Of het offensief door deze actie in het voordeel van de Ami’s werd beslecht, is hoogst onzeker. En historisch zeker niet bewezen. Ik ken alleen het verhaal dat die Belgische soldaat vertelde. Hij vertelde ook dat de Amerikanen die hulpactie van de Ardenner bevolking niet zijn vergeten.

Witte hoop

En hier zijn wij dan met ons verhaal in Nijmegen aanbeland. Nijmegen lag in puin en er was een tekort aan alles. De Amerikaanse opperbevelhebber Generaal Gavin zette met zijn manschappen, kort na de Tweede Wereldoorlog, een hulpactie voor de noodlijdende stad op. Een bekend stuk naoorlogse, Nijmeegse, geschiedenis die de Waalstad weer hoop gaf. De generaal liet goederen hiernaartoe verschepen. Want de mensen hier hadden nog geen nagel om aan de kont te kunnen krabben. Die hulp kwam uit Albany, staat New York; een stad in een ander Amerika dan nu. Onder die goederen bevond zich een lading witte lakens en ander beddengoed, bestemd voor de Ardennen. Tenminste: mogen we het verhaal van die Belgische soldaat geloven. Een lading van dank voor de reddingsactie van de plaatselijke bevolking. In Rotterdam werden de goederen van overzee in een binnenvaartschip overgeladen. Dat schip vertrok vervolgens richting Nijmegen. Antwerpen als doorvoerhaven zou logischer zijn geweest, natuurlijk, aangezien de lakens voor de Ardennen bestemd waren. Waarom dat niet is gebeurd? Dat wist ook die Belgische soldaat niet te vertellen.

Gemeden oorlogsheld

Als hij iets vertelde, moest je goed luisteren. Hij zat bij verzetsgroep “de Witte Brigade”, voordat hij zich bij de Amerikanen aansloot. De Duitsers hadden een stuk van zijn tong uit zijn mond gesneden. Hij was de eerste echtgenoot van mijn oma’s nicht en hij vertelde zijn verhaal op de verjaardag van zijn vrouw. Decennia later hoorde ik een reportage over die lakens op de Nederlandse radio. Ik moest echt twee keer luisteren van verbazing.

Maar of de lading wit goed vanuit Rotterdam via Nijmegen naar de Ardennen is vervoerd, is nog steeds een raadsel. Of er vrachtbrieven zijn terug te vinden? Van de Nijmeegse Boot of andere rederijen die toen op de Waalstad voeren? Moet dat toch eens zien uit te zoeken. Maar mijn Belgische oom had in ieder geval wel gelijk wat die camouflagepakken betreft. Ik noemde hem “oom”, al vond ik hem als kind een beetje eng door die tong. Sommige mensen keken hem zelfs niet aan op die verjaardag. Die oom leeft nu al lang niet meer en werd begraven in het Vlaamse Sint-Niklaas, geloof ik. Hij was een oorlogsheld. Die door in drankjes starende gasten gemeden werd.

 

Bijschrift headerfoto: De eerste naoorlogse hulpgoederen uit Albany bereiken per schip de stad Nijmegen (foto: Friendship Albany-Nijmegen).