Bart Janssen houdt oorlogsherinneringen levend

| Leonie Modderkolk

Bart Janssen overleefde als baby het bombardement op Nijmegen van 22 februari 1944. Ruim zestig jaar later verscheen zijn eerste boek, De Pijn die Blijft (2005), waarin hij de verhalen van de slachtoffers van het bombardement bundelde. Daarop volgde Het Verdriet van Nijmegen (2019) over de oorlogsdoden van de Tweede Wereldoorlog. “In 25 jaar tijd heb ik iets meer dan 1000 mensen geïnterviewd,” vertelt Bart. Want: nu kan het nog.

Bart Janssen schreef zijn boeken als een monument voor de Nijmeegse oorlogsslachtoffers. Wie de boeken openslaat, leest met hoeveel zorg de verhalen van nabestaanden en ooggetuigen zijn opgeschreven. Ook geeft Bart lezingen, rondleidingen en interviews om de herinneringen levend te houden. Hij is naar eigen zeggen wat roestig, na anderhalf jaar ‘stilzitten’ vanwege corona, maar hij lepelt zo talloze verhalen, namen, data en details op. “Ik zit vol verhalen, we kunnen dagen praten!”

Ik spreek met Bart over zijn boeken, het belang van herinneren en het bieden van een luisterend oor. “Ik heb vroeger wel met mijn grootouders over de oorlog gesproken, maar lang niet genoeg, ik had veel meer moeten vragen,” zegt hij. “Maar ja, daar kom je later pas achter.”

De pijn die blijft

In 1994, 50 jaar na het bombardement, woonde Bart een herdenkingsbijeenkomst bij in het stadhuis. Daar hoorde hij veel verhalen die aansloten op de herinneringen van zijn grootouders. “Toen dacht ik: ik heb een heleboel materiaal thuis liggen, daar moet ik iets mee,” vertelt Bart. In ‘68 kreeg hij namelijk dozen met krantenknipsels, bidprentjes en rouwkaarten in zijn bezit, na het overlijden van zijn oma. “Zij woonde in de oorlog op de Parkweg. In de Parkdwarsstraat, de zijstraat, zijn hele rijen huizen verwoest. Mijn oma kende alle mensen die daar woonden.”

Zo ontstond het voornemen van Bart: de persoonlijke verhalen vastleggen van de slachtoffers van het bombardement, nu de ooggetuigen nog leven. “Een van de eerste verhalen hoorde ik van meneer Bert Hermans. Hij had hele dikke wangen, dat weet ik nog, en een dikke hoornen bril die daarop rustte. Terwijl hij zijn verhaal vertelde, vulden de brillenglazen zich langzaam met tranen. Heel lang liepen de tranen weg terwijl hij sprak, maar hij veegde ze niet één keer weg. Hij heeft zo zijn hele verhaal verteld en dat heeft me verschrikkelijk aangegrepen.”

Vastleggen en verwerken

Daarna is Bart steeds meer mensen gaan achterhalen. Voor het eerste boek heeft hij 400 mensen gesproken. Soms was het wel eens moeilijk: “Het zijn allemaal verschrikkelijke verhalen. Maar op den duur wende ik eraan. Niet dat je gehard wordt, want het treft je iedere keer, maar je leert ermee om te gaan.” Door de lange zwijgcultuur na de oorlog, is Bart soms de eerste aan wie een nabestaande zijn of haar hele verhaal doet. “Er werd heel lang niet over gepraat, hè? Ik ben blij dat ik op deze manier iets kan bijdragen aan het verwerken.”

Zo vertelt Bart over een meneer in Lent, die twee broers verloor in de oorlog. Hij wilde helemaal niet praten, maar zijn kinderen haalden hem over: nu kán het nog. “Met horten en stoten vertelde hij het verhaal. Aan de andere kant van de kamer zat zijn vrouw voor de televisie, met het geluid uitgedraaid. Na afloop kwam ze met haar kopje koffie naar voren, legde ze haar hand op zijn arm: ‘waarom heb je daar nooit met mij over gepraat?’ Ze waren 40 jaar getrouwd. Ik raak er zelf nog emotioneel door.”


De drukbezochte boekpresentatie van De Pijn die Blijft in de Petrus Canisiuskerk

Het verdriet van Nijmegen

In 2005 kreeg Bart een telefoontje van mevrouw Koppelman uit Haarlem. Zij had De Pijn die Blijft van haar kinderen gekregen, maar vertelde dat het verhaal van haar familie er niet instond. Haar gezin woonde in De Ruyterstraat in Nijmegen. Op 2 oktober 1944 werd hen geadviseerd om te schuilen in de kelder van de Kapokfabriek, omdat de hele dag granaten overvlogen. Zelf zat ze op dat moment in Almelo op een kostschool. Achteraf kreeg ze van moeder overste te horen dat haar ouders, broertjes en zusjes zijn omgekomen bij dit bombardement. Dat heeft haar hele leven veranderd. “Ik dacht: daar heeft ze gelijk in,” herinnert Bart. “Ik ga aan een tweede boek beginnen.”

Want ook alle andere oorlogsslachtoffers, van bijvoorbeeld kleinere bombardementen, van de Jodenvervolging en van de Arbeitseinsatz, verdienen een plaats in het collectief geheugen van de stad. Via via kwam Bart steeds bij nieuwe mensen terecht, met nieuwe verhalen. Bovendien kon hij oproepen doen op geschiedeniswebsite Noviomagus. Daar kwamen vele reacties op van over de hele wereld. Ook hierbij gold: het opschrijven is nu of nooit. Hoe langer de oorlog geleden is, hoe minder ooggetuigen overblijven.Daar verdwijnt zo’n groot stuk geschiedenis mee! De oral history is heel erg belangrijk, want die mensen hebben het meegemaakt.”

De verwoeste Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat 

Documenteren

Bart is lid van Werkgroep Oorlogsdoden Nijmegen. De werkgroep zorgt dat van elk persoon de naam, een foto en het verhaal wordt gedocumenteerd op www.oorlogsdodennijmegen.nl. “Als ergens een huis leeg komt te staan, ben ik als de dood dat alles de container ingaat,” vertelt Bart. De documenten die hij van nabestaanden krijgt, houdt hij allemaal bij in zijn archief. Nauwkeurig labelt hij waar het uiteindelijk heen moet, zoals het gemeentearchief of het Bevrijdingsmuseum. “Ik moet het nog een keertje helemaal herzien, zodat ik zéker weet dat alles goed terecht komt. Anders zou ik niet rustig liggen, hoor!”

De uitgebreide documentatie heeft soms bijzondere gevolgen. Zo vertelt Bart over Breunis van Engelenburg: een jongen van een jaar of acht, die iedere dag met z’n vriendje Henk ging knikkeren, maar overleed bij het bombardement van 22 februari. Tijdens een rondleiding die Bart gaf over de de begraafplaats op de Daalsweg, liep hij langs het graf van Van Engelenburg. “Ik zag daar een plastic zakje hangen met drie grote glazen knikkers,” vertelt Bart. “Er zat een briefje bij: ‘van je knikkervriendje Henk’. Die had al die jaren niet geweten waar zijn vriend begraven was, totdat mijn boek in 2005 uitkwam en hij eindelijk het graf kon bezoeken.” 

Blijven herinneren

Heeft Bart in de loop der jaren de manier van herinneren en herdenken zien veranderen? “Bij de herdenking die op 22 februari bij monument De Schommel plaatsvindt, is het elk jaar drukker. Dat is mooi natuurlijk, dat de slachtoffers niet vergeten worden. Ik denk zeker dat er meer belangstelling voor komt.” Zo nam laatst een jongeman contact op met Bart, omdat hij zijn stamboom aan het uitzoeken was. “Dat vind ik mooi, dat het op die manier bij een jongere generatie vat krijgt. Dat moeten we blijven stimuleren.” Het kan moeilijk zijn om te vragen naar andermans oorlogsherinneringen, maar het is ontzettend waardevol. “Want als iemand er straks niet meer is, dan kun je geen vragen meer stellen over iets waar vragen bij horen.”

Wil je je verder verdiepen in de oorlogsslachtoffers van Nijmegen?

Dit vind je misschien ook interessant: