Een Britse lichte verkenningswagen, type Daimler Dingo van de Guards Armoured Division, Recce, 2nd Household Cavalry Regiment

Frontstad Nijmegen: Onveilig in eigen stad

Na operatie Market Garden verandert Nijmegen in een frontstad. De bevrijders nemen de stad in op de Duitsers. Toch verdwijnt de oorlog hiermee niet uit Nijmegen. Waren het eerder de geallieerden die de stad aanvielen, nu zijn dat de teruggetrokken Duitsers. Bommen en granaten vallen zes maanden lang uit de hemel. De stadsdelen die het eerste deel van de oorlog met moeite hebben overleefd, komen nu alsnog onder vuur te liggen. Ruim achthonderd Nijmegenaren worden gedood. De bevrijders overwegen meermaals een evacuatie van de stad, maar de Nederlandse autoriteiten vinden dit ‘te gevaarlijk’. Een dagelijks leven in de vuurlinie begint.

Iedereen moet vluchten        

Kort na operatie Market Garden besluiten duizenden stadsbewoners om het centrum te ontvluchten. Een groot deel van hen heeft dan geen eigen huis meer om zich in te verstoppen. Ze vinden een toevluchtsoord in de grote kelders van kloosters en fabrieken. Voor velen begint een maandenlang verblijf onder de grond. Terwijl geallieerde troepen boven de grond gebouwen en straten overnemen, verandert Nijmegen onder de grond in een ware schuilstad. 

In de schuilkelders maken de bewoners weinig mee van wat er zich boven hen afspeelt. Slechts enkele Nijmegenaren bezitten een radio. De Duitsers hebben deze technologie immers verboden. Gelukkig kunnen wij aan de hand van dagboeken wel te weten komen hoe men de laatste maanden van de oorlog doormaakt. 

De Van Keekens maken zich klein in kloosterkelders

Neem nu bijvoorbeeld het schuilverhaal van de achtentwintigjarige Marie van Keeken. Samen met haar ouders en vijf broertjes en zusjes vindt zij onderdak in de kelders van een zusterklooster in het Willemskwartier. Kloosters zoals deze hebben hun deuren geopend voor iedereen die veiligheid zoekt, maar comfortabel is het niet. Zitten doe je op meegebrachte koffers en strozakken. De grote ruimte blijkt ook al snel te klein. Vaak al op de eerste dag zitten de schuilkelders vol met bewoners. Volgens Marie komen ruzies regelmatig voor. Er moet vaak lang gewacht worden op eten en in de krappe ruimte stap je gemakkelijk op iemands tenen. Een grimmige sfeer overheerst.

Toch kunnen Marie en haar familie voor een groot deel van de tijd vredig slapen in de kelder.  Granaten en geweren hoor je zo ver onder de grond niet. Bommen echter wel. Marie hoort ze op sommige dagen wel om de vijf minuten! Hoe hard moet het boven de grond wel niet hebben geklonken? Het is dus een geluk bij een ongeluk dat Marie en haar familie een plek hebben kunnen vinden in de stampvolle kloosterkelder.

Enkele panden in de Hugo de Grootstraat verwoest tijdens de bevrijdingsstrijd in 1944.    

Twijfelachtige toekomst 

Waar hoop afwezig is, regeert angst. Marie weet net zoals veel andere Nijmegenaren niets van het verloop van de oorlog. Hoelang zullen de luchtaanvallen nog aanhouden? Kunnen de geallieerden de Duitsers verslaan? Is iedereen die ik ken nog in leven? Zulke vragen blijven lang onbeantwoord.

Soms verloopt er een avond rustig. Marie en de andere Nijmeegse oorlogsvluchtelingen wagen het dan om boven te komen en te dansen. Met elkaar en de geallieerde soldaten daar. Even dansen ze allen voor de vrijheid. Op dat moment hebben ze nog werkelijk geen idee dat ze al over enkele maanden net zo gelukkig zullen dansen en dat wekenlang. In een bevrijd Nederland. 

Dit vind je misschien ook leuk