Oog voor zorg na elektroconvulsieve therapie
⌂ » Werk & ondernemen » Nijmegen innoveert
Voor veel patiënten met ernstige depressie kan elektroconvulsieve therapie (ECT) levensreddend zijn. Maar wat gebeurt er nadat de behandeling is afgerond? Uit een recente studie, gepubliceerd in het American Journal of Psychiatry, blijkt dat veel patiënten binnen enkele maanden terugvallen. Dit roept een belangrijke vraag op: hoe zorgen we ervoor dat herstel blijvend is?
Het probleem van dichtbij zien
Jordy Rovers is een promovendus bij het Radboud UMC, waar hij parttime werkt op de afdeling Psychiatrie. Hij is ook verbonden aan Donders Institute en werkt als psychiater bij het CWZ, waarbij hij klinisch werk combineert met onderzoek. Deze dubbele rol gaf hem een duidelijk beeld van de uitdagingen waar patiënten na ECT tegenaan lopen.
ECT wordt gebruikt bij ernstige psychiatrische aandoening, zoals depressie, psychose en katatonie. De behandeling werkt door de hersenactiviteit te beïnvloeden met een kleine elektrische stimulatie. Dit veroorzaakt een korte, gecontroleerde activiteit terwijl de patiënt onder algehele verdoving is, spierontspannende medicijnen krijgt en nauwlettend wordt gemonitord. “ECT is geen behandeling om lichtvaardig te gebruiken,” benadrukt Jordy. Het wordt meestal toegepast wanneer iemand ernstig ziek is en andere behandelingen niet werken. Jordy legt ook uit: “Patiënten merken zelf vaak niets van de behandeling, en hoewel er cognitieve bijwerkingen kunnen zijn, is het een zeer effectieve behandeling voor degene die het het hardst nodig hebben.”
De verborgen worsteling na de behandeling
Door zijn dagelijkse werk zag Jordy een belangrijk probleem: patiënten die goed reageren op ECT krijgen vaak een terugval nadat de behandeling is afgerond. “Ik zag het in de praktijk gebeuren,” zegt hij. “Patiënten knapten op, maar na een paar maanden kregen velen weer een depressieve episode. Dat deed me nadenken: hoe kunnen we dit voorkomen?”
Leren van experts
Deze vraag werd het uitgangspunt van zijn onderzoek naar terugval na ECT. Traditionele klinische studies zijn vaak moeilijk, zowel ethisch als praktisch. Daarom gebruikte Jordy een Delphi-consensusstudie. Deze methode verzamelt de mening van experts om overeenstemming te krijgen over hoe patiënten na ECT behandeld moeten worden. “Er is heel veel kennis in de klinische praktijk, maar dat blijkt niet altijd uit wetenschappelijk bewijs,” zegt Jordy. Daardoor is het belangrijk om experts samen te brengen om de zorg te verbeteren.
Geen standaardoplossing voor iedereen
Uit de studie kwamen twee belangrijke conclusies: ten eerste moet specifieke medicatie (lithium + antidepressivum) worden gestart of voortgezet na ECT. “Het wordt al aangeraden, maar gebeurt in de praktijk niet altijd,” merkt Jordy op. De behandeling moet dus doorgaan en aangepast worden aan de behoeften van de patiënt. Ten tweede moet de zorg persoonlijk zijn. Hoogrisicopatiënten – mensen met ernstige of terugkerende depressies, comorbiditeiten of een geschiedenis van terguval – hebben extra ondersteuning nodig. Voor deze patiënten adviseren experts om ECT geleidelijk af te bouwen in plaats van abrupt te stoppen, zoals nu vaak gebeurt.
Blijvend herstel
Kijkend naar de toekomst hoopt Jordy op gestructureerde terugvalpreventieprogramma’s die medicatie, therapie en cognitieve ondersteuning combineren. “Mijn visie is dat patiënten die ECT afronden een duidelijk plan hebben,” zegt hij, inclusief begeleiding bij medicatie, coping strategieën en dagelijkse ondersteuning. “Op die manier hoeven minder mensen herhaaldelijk behandeld te worden.”
Hij wijst ook op een bredere uitdaging: deze programma’s in de praktijk brengen. “De focus in de psychiatrie ligt vaak op het behandelen van de ziekte op dat moment, maar we moeten ook kijken naar wat er na de behandeling gebeurt. Daar kunnen we echt verschil maken.”
Zorgen dat herstel doorgaat na de behandeling kan de volgende belangrijke stap zijn om kort termijn succes om te zetten in langdurige mentale gezondheid.