Mariënbosch

Het gebied heeft historisch gezien de naam Mariënboom en is vernoemd naar de villa die hier, vermoedelijk rond 1822, in opdracht van Baronesse van Neukirchen-Nievenheim is gebouwd. In de volksmond wordt dit bosgebied Mariënbosch genoemd.

Mariënbosch is een historisch landgoed. Het landgoed wordt door de Kwakkenberg, de Sophiaweg, Luciaweg en de Groesbeekseweg begrensd.

Het terrein kwam in 1818 in bezit van de familie Dommer van Poldersveldt. De familie bo…

Het gebied heeft historisch gezien de naam Mariënboom en is vernoemd naar de villa die hier, vermoedelijk rond 1822, in opdracht van Baronesse van Neukirchen-Nievenheim is gebouwd. In de volksmond wordt dit bosgebied Mariënbosch genoemd.

Mariënbosch is een historisch landgoed. Het landgoed wordt door de Kwakkenberg, de Sophiaweg, Luciaweg en de Groesbeekseweg begrensd.

Het terrein kwam in 1818 in bezit van de familie Dommer van Poldersveldt. De familie bouwde boven op de Kwakkenberg een grote villa. In 1901 kocht Joachim van Houweninge Mariënbosch op een openbare veiling. In 1920 werd een stuk van Mariënbosch, gesitueerd in de hoek van de Groesbeekseweg en de Sophiaweg door Zusters van de Jezuïeten opnieuw verkocht. Deze orde liet het pensionaat St. Louis bouwen. Het resterende deel van Mariënbosch werd in 1928 door de gemeente Nijmegen aangekocht. Doel was om op Mariënbosch een villawijk voor kapitaalkrachtige inwoners van de stad te ontwikkelen. Dat gebeurde uiteindelijk niet.

Cultuurhistorie

Binnen Mariënbosch is een belangrijk cultuurhistorisch element, in de vorm van een relict van een Romeins aquaduct, aanwezig. Ook een deel van het historische 19de-eeuwse sterrenbos is nog goed herkenbaar. Oorspronkelijk telde het bos tien lanen, alle beplant met beuken. Nu zijn er nog vijf monumentale lanen over die bij elkaar komen op een lage ronde heuvel. In het Mariënbosch is een Romeinse greppel aanwezig als onderdeel van een Romeinse route en het Romeins Waterwerk.

In 1944 werd het Mariënbosch door Engelsen als militair kamp gebruikt. Hier werden de kanonnen opgesteld om de Duitsers rond Kleef te bestoken. Pas na de operatie ‘Veritable’ op 8 februari 1945, waarbij de Engelsen richting Kleef oprukken, keerde de rust in Mariënbosch terug. Wanneer aan het einde van de oorlog de soldaten definitief vertrokken, werd een afgedankt terrein met materiaal achtergelaten. Na de oorlog werd in deze leemkuil een speeltuin opgericht.

Natuur

Een verkenning binnen de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF), waarbij de waarnemingen van de laatste 5 jaar zijn beoordeeld, laat zien dat in Mariënbosch wel een aantal bijzondere diersoorten voorkomen. In de afgelopen vijf jaar zijn qua zoogdieren alleen eekhoorn en vos waargenomen. Bij vogels worden veel meer soorten gemeld: in totaal 28 verschillende soorten. Het gaat om soorten als boomklever, bosuil, grote bonte specht, grote lijster, havik, middelste bonte specht en vuurgoudhaan. De meest bijzondere waarnemingen zijn van bonte vliegenvanger, boomkruiper, grauwe vliegenvanger, kleine bonte specht en zwarte mees.

Ook zijn er diverse waarnemingen van het vliegend hert. Het vliegend hert is een (zeer) zeldzame keversoort die maar op een beperkt aantal locaties in Nederland voorkomt. Voor het behoud van het vliegend hert is een aangepast bosbeheer nodig, waarbij wordt gestreefd naar een open bosstructuur met aanwezigheid van gezonde, kwijnende en afgestorven eikenbomen en/of hakhoutstoven. Recentelijk heeft de gemeente in Mariënbosch nieuwe voorzieningen ingebracht, in de vorm van ingegraven ‘bundels’ van stamdelen van zomereik (een zogenaamde ‘keverbroedstoof’).

Het bos is overzichtelijk en nodigt uit om te wandelen en te spelen.