Hoe zorgen we dat slimme woningen ook menselijk blijven?

| | |

 » Werk & ondernemen » Nijmegen innoveert

Slimme technologie maakt het steeds beter mogelijk om ouderen en andere kwetsbare mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen in zogeheten empathische woningen. Maar hoe zorgen we ervoor dat zulke technologieën in huis niet alleen slim zijn, maar ook écht aansluiten bij de mensen die er wonen? Dat is de centrale vraag van het gezamenlijke onderzoeksproject Empathic Housing van de Universiteit Maastricht (UM) en de Radboud Universiteit.

Sensoren kunnen een val detecteren, slimme verlichting kan helpen bij dagelijkse routines en AI kan veranderingen in gedrag signaleren. Een empathische woning is namelijk meer dan een slim huis. Het is een woning waarin technologie niet leidend is, maar ondersteunend aan het leven van de bewoner. De leefwereld, identiteit en wensen van de gebruiker vormen het uitgangspunt voor het ontwerp en gebruik van de technologie. Het project onderzoekt de juridische en ethische vragen die ontstaan wanneer dergelijke zorgtechnologie steeds meer onderdeel wordt van de woonomgeving. Daarbij staan niet de technische mogelijkheden centraal, maar de balans tussen innovatie, privacy, autonomie en goede zorg. 

'Het gaat niet alleen om technologie in een huis', zegt Eric Deibel, onderzoeker van het Donders Instituut van de Radboud Universiteit. “Het gaat om een plek waar mensen leven. Daarom moeten we niet alleen kijken naar wat technologie kan, maar ook welke gevolgen het kan hebben.'

Antwoord op een groeiende maatschappelijke uitdaging

De maatschappelijke urgentie is groot. Door de vergrijzing neemt de zorgvraag toe, terwijl er tegelijkertijd een tekort is aan zorgpersoneel. Slimme technologie kan helpen om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen en zorgpersoneel te ondersteunen. 'Smart home health technologies maken het mogelijk om de grens tussen het ziekenhuis en thuis steeds verder te vervagen', zegt Mindy Duffourc, onderzoeker van de Universiteit Maastricht. 'Dat biedt veel kansen, maar alleen als die technologieën zorgvuldig worden ontworpen en rekening houden met de mensen voor wie ze bedoeld zijn.'

Want wat gebeurt er als een woning voortdurend gegevens verzamelt over bewoners? Wanneer verandert behulpzame monitoring in ongewenste surveillance? En wie is verantwoordelijk als een slim systeem een risico niet herkent of juist verkeerd ingrijpt? Volgens Duffourc laten deze vraagstukken zich niet vanuit één vakgebied oplossen. 'We moeten kijken naar privacy, veiligheid, autonomie en toestemming. Die onderwerpen hebben zowel juridische als ethische dimensies.'

Maatschappelijke uitdagingen roepen ook belangrijke vragen op als het gaat om aansprakelijkheid. Het recht worstelt bij nieuwe technologische ontwikkelingen steeds met de balans tussen enerzijds de noodzaak om te reguleren en zo verantwoording en aansprakelijkheid te waarborgen, en anderzijds het risico dat die regulering innovatie afremt. Aansprakelijkheidsbeginselen zijn gebaseerd op de menselijke factor en moeten nu ook de schade aanpakken die ontstaat door de interactie tussen mensen en systemen waarvan de besluitvormingsprocessen vaak ondoorzichtig zijn.

Niet achteraf, maar vooraf nadenken

Juist daarom wil het project juridische en ethische expertise vanaf het begin betrekken bij de ontwikkeling van slimme technologieën voor empathische woningen. Volgens Deibel gebeurt dat nog te weinig: 'Vaak wordt er eerst ontwikkeld en komt later pas de vraag of alles juridisch en ethisch wel klopt. Dan moet je soms terug naar de tekentafel. Wij willen juist vooraf meedenken over de keuzes die worden gemaakt.'

Binnen het project onderzoekt Duffourc samen met collega Alice Giannini vraagstukken rond aansprakelijkheid. Wanneer een bewoner schade lijdt, hangt de juridische verantwoordelijkheid af van de onderliggende oorzaak. Is de ontwikkelaar van de technologie aansprakelijk, de zorgverlener, of meerdere partijen tegelijk? Het vaststellen van juridische verantwoordelijkheid in deze situaties omvat veel verschillende factoren.

De kracht van samenwerking

Het project Empathic Housing wordt gefinancierd vanuit een samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en de Radboud Universiteit en brengt complementaire expertise van beide universiteiten samen. 'Maastricht beschikt over uitgebreide juridische expertise en een sterk netwerk in de gezondheidszorg, gekoppeld aan specifieke expertise op het gebied van aansprakelijkheid in verband met nieuwe technologieën', legt Deibel uit. 'Onderzoekers in Nijmegen hebben aanzienlijke expertise in het analyseren van ethische overwegingen en het kritisch onderzoeken van kwesties zoals surveillance en de bredere maatschappelijke impact van technologie.' Juist deze verschillende perspectieven versterken het project, doordat ze onderzoekers aanmoedigen om afstand te nemen, het grotere geheel te bekijken en een echte interdisciplinaire dialoog aan te gaan.

Hoewel het project slechts een jaar duurt, zien de onderzoekers het vooral als een eerste stap in de goede richting. Een verdere samenwerking met woningcorporaties, zorgorganisaties, beleidsmakers en ministeries zou een logische volgende stap zijn. 

Deibel: 'Er gebeurt op veel plekken al waardevol werk. Al die losse initiatieven willen wij met elkaar verbinden en zo laten zien dat juridische, ethische en maatschappelijke vragen niet achteraf moeten worden opgelost, maar vanaf het begin onderdeel moeten zijn van een ontwerp. Het is niet de uitdaging om slimme huizen te bouwen, maar om woningen te ontwerpen die rekening houden met de mensen die er wonen.'

Dit artikel verscheen eerder op Radboud Universiteit.

Dit vind je misschien ook interessant...