Culturele verschillen beïnvloeden zorg Turks-Nederlandse patiënten
⌂ » Werk & ondernemen » Nijmegen innoveert
Nederlandse zorgverleners kijken anders naar de zorg dan Turks-Nederlandse patiënten, waardoor de Nederlandse zorg niet altijd aansluit bij de behoeften van deze patiënten. Dit verlaagt het vertrouwen in de Nederlandse zorg. Dat blijkt uit het onderzoek van Iclal Yildiz, die op 20 april aan de Radboud Universiteit promoveert op dit onderwerp.
Turkse Nederlanders voelen zich niet altijd serieus genomen door Nederlandse artsen. Dat blijkt uit de interviews die Yildiz met Turks-Nederlandse patiënten en Nederlandse zorgverleners hield over mentale problemen, het uiten van emoties en het doel van medische consulten. Volgens Yildiz heeft dit deels te maken met het zorgsysteem. ‘In Nederland is de huisarts het eerste aanspreekpunt voor medische of psychische klachten. Mede daardoor duurt het relatief lang voordat je een diagnose krijgt. In Turkije werkt dit anders: daar gaan mensen vaak direct naar een medisch specialist en hoeven ze niet eerst langs een huisarts’, aldus Yildiz.
Een late diagnose
Dat een diagnose soms laat wordt gesteld, heeft deels te maken met hoe artsen worden betaald. In Turkije worden medisch specialisten betaald per diagnose of behandeling die ze geven: hoe meer patiënten ze helpen, hoe meer ze worden betaald. In Nederland krijgen artsen naast hun salaris per ingeschreven patiënt een vergoeding betaald waarbij het niet uitmaakt of een patiënt hulp zoekt. Yildiz: ‘We weten uit onderzoek dat er minder snel diagnoses worden gegeven in landen waar artsen op deze manier worden betaald.’ Maar er zijn meer verschillen: Nederlandse zorgverleners vragen je vaak om mee te denken over je behandelplan. ‘Turkse Nederlanders zijn dit vaak niet gewend vanuit Turkije. Zij denken ‘jij bent de specialist, jij weet beter dan ik wat er aan de hand is’‘, vertelt Yildiz.
Doordat een diagnose soms laat of helemaal niet wordt gesteld, lopen Turkse Nederlanders geregeld langere tijd met klachten rond. Soms wijken Turkse Nederlanders zelfs uit naar Turkse artsen, die wel sneller een diagnose stellen. Yildiz: ‘Als zij bij terugkomst een Nederlandse arts bezoeken, trekt die de diagnose van de Turkse arts regelmatig in twijfel. Dat verlaagt het vertrouwen van Turkse Nederlanders in de Nederlandse zorg.’
Behandeling van mentale problemen
Turkse Nederlanders en Nederlandse zorgverleners kijken ook verschillend naar de behandeling van mentale problemen, zoals depressieve klachten, en het krijgen van bepaalde labels als ADHD. ‘De Nederlandse behandeling sluit vaak niet goed aan op de Turkse cultuur. In Nederland is veel psychische zorg gericht op het individu: wat kun jij zelf doen om een probleem op te lossen?’, vertelt Yildiz. In de interviews merkte Yildiz dat het voor Turkse Nederlanders niet zo makkelijk is om te praten met degene met wie zij een probleem hebben. ‘Turkije heeft een collectivistische cultuur: daar is onderlinge harmonie erg belangrijk. Als je bijvoorbeeld een probleem hebt met je schoonfamilie en hen zou confronteren, verstoor je de harmonie.’ Daardoor hebben Turkse Nederlanders het gevoel dat ze de gesprekken en de opdrachten die de Nederlandse zorgverlener hen geeft, zoals iemand confronteren, niet direct kunnen toepassen in hun leven. Daardoor worden behandelingen eerder afgebroken en blijven de depressieve klachten bestaan.
Daarnaast zit een verschil in het uiten van emoties. Yildiz: ‘Uit de gesprekken blijkt dat Turkse Nederlanders emoties vrij intens beleven en dat dit indruist tegen de behandeling van veel Nederlandse zorgverleners. Die vinden dat je na verloop van tijd moet proberen om de heftige emoties los te laten, zodat je verder kunt.’
Bewust van culturele verschillen
Yildiz roept zorgprofessionals op om zich bewust te zijn van de culturele verschillen. Uitleg geven over het verschil tussen het Turkse zorgsysteem en het Nederlandse zorgsysteem helpt daarbij, zodat mensen weten dat het langer kan duren voordat ze een diagnose krijgen dan ze vanuit Turkije gewend zijn. Daarnaast kunnen zorgverleners hun behandeling aanpassen op basis van de verschillen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om het plakken van een label. ‘Binnen de Turkse groep zit vaak een stigma op bepaalde labels die je van een zorgverlener kunt krijgen, waardoor mensen hiervoor minder snel naar de huisarts gaan. Nederlandse zorgverleners kunnen hierbij helpen door wel de symptomen te benoemen en informatie te geven, maar niet officieel een label te plakken,’ aldus de onderzoeker. ‘Als beide kanten zich bewust zijn van de verschillen, begrijpen ze elkaar beter. Hierdoor blijven Turkse Nederlanders niet onnodig lang met klachten rondlopen.’