Het tributeband-dilemma

‘Wie vooruit wil komen moet achteromkijken.’ Die stelling stond centraal in de Creative Culture Talk Het tributeband-dilemma op 10 december in de LUX. Met de toenemende populariteit van tribute- en coverbands kan het geen kwaad om de vraag te stellen wat de meerwaarde van dit fenomeen is, en of we misschien beter af zouden zijn zonder. Drie bekende Nederlandse muzikanten gingen in debat en Nijmegen Cultuurstad was erbij.

‘De tributeband staat haaks op de fundamenten van de rock.’ Cas hieltjes (St Tropez) windt er geen doekjes om. De magie van de muziek bestaat juist in het feit dat de uitvoerder ook de schrijver van het nummer is, aldus de voormalig zanger van Go back to the zoo. Imiteren zou een belediging zijn voor de schrijver, het verpest de muziek; regelmatig valt het woord ‘vreselijk’. Een van de presentatoren vraagt of hij zich voor kan stellen of het fenomeen de muziek en muzikanten ook verder kan brengen. ‘Nee.’

Luis in de pels

Hieltjes is gevraagd om de rol van – zoals hij het zelf noemt – ‘luis in de pels’ te vertegenwoordigen in de discussie van die avond. Links van hem zit Rocco Ostermann van de band Donnerwetter, die tevens met een Johnny Cash-tribute zijn brood verdient. Daarnaast zit Jan ’t Hoen, drummer en initiator van revivalband Wild Romance, de voormalige band van Herman Brood. De avond wordt gepresenteerd door universitair docent Algemene Cultuurwetenschappen Helleke van den Braber en de curator van ‘productiehuis’ De Nieuwe Oost Rocco Hueting, ook bekend als toetsenist van De Staat. Zittend in een halve cirkel rond een Perzisch tapijt buigen zij zich over het ‘tributeband-dilemma’: enerzijds houden de talloze coverbands de grootheden van vroeger in leven en brengen ze de jongere generaties met hen in contact; anderzijds blijft er met al dat achteromkijken misschien wel weinig ruimte over voor nieuw en jong talent. Verpest het fenomeen de muziek, zoals Hieltjes suggereert, of kan het daar juist iets aan bijdragen?

De gestelde vragen zijn interessanter dan het debat zelf: slechts bij uitzondering gaan de deelnemers tegen elkaar in. Ostermann en ’t Hoen vertellen vooral over hun eigen tribute-projecten en hoe die leerzaam en waardevol zijn. Zo nu en dan krijgt Hieltjes de gelegenheid om zijn zegje te doen of maakt hij een grapje, maar een echte discussie ontstaat er niet. De vier stellingen die Van den Braber op tafel legt veranderen daar weinig aan. Vermakelijke verhalen en anekdotes voor de muziekliefhebber, maar de genoemde argumenten zullen hem of haar niet echt anders naar het dilemma doen kijken.

Kunst of niet?

Aan het einde van de avond, wanneer het publiek vragen mag stellen, komt daar verandering in. Iemand gaat in op de kritiek van Hieltjes door zich af te vragen of het coveren van de grootheden van weleer wel zo schadelijk is. Mag kunst niet ook gewoon vermakelijk zijn? Een interessante vraag, omdat ze direct een volgende vraag oproept: is het naspelen van andere bands ‘kunst’? Waar houdt de kunst op en wordt iets een trucje? Een vraag die kenners in alle kunstsectoren bezighoudt, maar die ons het dilemma van de tributeband wellicht op een andere manier laat benaderen.

‘Is het bandtijdperk niet gewoon voorbij?’ vraagt iemand uit het publiek. Eerder in het debat kwam het al heel even aan bod: is de huidige populariteit van tributebands te wijten aan een gebrek aan vernieuwende, jonge bands? Nee, vindt Ostermann, ‘de Nederlandse popcultuur is fantastisch.’ Ook ’t Hoen en Hieltjes geloven nog in de toekomst van de band. Toch zijn veel mensen het erover eens dat de jonge generatie muzikanten niet kan tippen aan de helden van eerdere decennia. De top 10 van de top 2000 is al jaren vrijwel onveranderd en ook dit jaar staat Bohemian Rhapsody weer op 1. En volgens de NOS komt een aanzienlijk deel van de stemmen op dat nummer van een generatie die pas na de dood van Freddie Mercury het licht zag. Slechts door nostalgie naar de muziek die vader en moeder altijd draaiden? Of is er meer aan de hand en kunnen de bands van nu inderdaad niet meer tippen aan hun inspiratiebronnen? En zo ja, waardoor? Gebrek aan creativiteit, talent? Misschien zijn tributebands toch niet zo onschuldig en slurpen ze het geld en de aandacht op die we beter in jonge muzikanten zouden kunnen stoppen? Of is het bandtijdperk inderdaad voorbij, hebben we alles uit hem weten te persen en is het tijd dat de gitarist het stokje doorgeeft aan de dj?

Belangrijke vragen, waar je aan het eind van de avond geen definitief antwoord op hebt. Dat hoeft ook niet: de vragen zijn vaak interessanter dan de antwoorden – en bieden in dit geval genoeg stof tot nadenken.