GRENSOVERSCHRIJDENDE MUZIEK OP HET FESTIVAL JAZZ INTERNATIONAL NIJMEGEN

Donderdag 25 t/m zondag 28 oktober vond de derde editie van het Festival Jazz International Nijmegen plaats. Op verschillende locaties in de stad werd zowel traditionele als ook nieuwe en experimentele jazz gespeeld, uit binnen- en buitenland. Nijmegen Cultuurstad was aanwezig op de vrijdag en de zaterdag van FJIN2018!

Al enkele weken is in de stad het ernstige hoofd van headliner Ambrose Akinmusire op billboards en posters te zien ter aankondiging van Festival Jazz International Nijmegen 2018. De jonge Amerikaanse trompettist vertegenwoordigt een nieuwe generatie jazzmuzikanten, die met invloeden uit andere muziekstijlen een frisse wind door het genre doet waaien. Hij is daarmee tekenend voor de line-up van het festival, dat volgens de eigen website ruimte biedt aan ‘spannende, nieuwe, avontuurlijke en grensoverschrijdende jazzmuziek’. Jazzpuristen zullen elders aan hun trekken moeten komen, maar wie liever een ander geluid hoort zal zich hier thuis voelen.

Vrijdag: De Lindenberg

De foyer is gevuld met de muziek van de ruim twintig studenten van het ArtEZ Big Collective uit Arnhem. Het publiek luistert of kletst aan de bar, met een glas wijn of een bokaal speciaalbier in de hand. De gemiddelde leeftijd ligt, in tegenstelling tot die van de line-up, relatief hoog.

Er komt een stroom op gang richting de grote Lindenbergzaal. Daar staan twee mannen in spijkerbroek en sneakers: jazzgitarist Anton Goudsmit en ‘stemkunstenaar’ Andreas Schaerer. Laatstgenoemde doet die titel eer aan: terwijl jazzakkoorden de zaal vullen brengt hij met zijn keel een breed scala aan geluiden ten gehore, van sfeergeluiden tot imitaties van muziekinstrumenten. Sambaballen gaan over in een soort zingende zaag, gevolgd door een trompetsolo. De geboren Zwitser paradeert over het podium, kronkelt zijn lichaam, tikt met zijn voet op de maat; hij mompelt en zucht, produceert dan het geluid van een panfluit. Goudsmit laat zijn gitaar met een volumepedaal in golven komen.

Het volgende nummer is minder jazz en meer funk. Beatboxend ondersteunt Schaerer de ritmische riff van zijn collega en weet tegelijkertijd een melodie te produceren. Zijn vingers tikken op de barkruk naast hem of trommelen op zijn borst. De gitaar zwelt aan, ook Goudsmit lijkt zich geheel te laten gaan. ‘You guys are insane!’ roept iemand uit het publiek. Een enkeling maakt zowaar mondbewegingen. In deze swingende jam vergeet je bijna dat hier maar twee mannen op het podium staan, met maar één zichtbaar instrument. Ze krijgen een staande ovatie.

In de kleine Steigerzaal zit ondertussen een Amsterdams duo klaar, bestaande uit Sanem Kalfa en George Dumitriu. De van oorsprong Turkse zangeres en Roemeense multi-instrumentalist maken muziek die doet denken aan de steden uit de weinige Oost-Europese, Turkse en Arabische films die de Nederlandse huiskamers bereiken. Zittend vertelt het duo zijn verhaal, hij op viool en gitaar, zij in verschillende talen en met hevige armgebaren en gezichtsuitdrukkingen. Af en toe steekt ze wanhopig haar hand uit naar het publiek, laat deze dan naar de knoppen met geluidseffecten voor haar glijden en opeens zingt ze in een kerk. Regelmatig werpt ze een intense blik naar Dumitriu, maar die lijkt met zijn ogen dicht vooral in zijn eigen wereld te zitten.

Halverwege het concert verlaat de helft van het publiek het zaaltje: men wil het Amerikaanse Ambrose Akinmusire Quartet niet missen. En met reden: de jonge frontman sleepte al drie prestigieuze jazzprijzen in de wacht en zijn albums worden door critici geloofd. Kendrick Lamar is één naam op de lange lijst van artiesten met wie hij samenwerkte.

Na de aankondiging van de presentator – Amsterdams accent, zwart haar achterovergekamd – betreedt het jonge kwartet het podium. Zonder iets te zeggen zet Akinmusire de trompet aan zijn lippen. Warme tonen vullen de zaal: een zomerochtend in een Amerikaanse stad. De lage tonen van de contrabas geven diepte aan het beeld; de drummer tikt op zijn heldere bekkens; de haast klassieke piano sijpelt eroverheen. Dan weer alleen de trompet.

Dan wordt de muziek intenser. De contrabassist plukt hard aan zijn snaren, zijn noten stampen door de zaal. De pianist volgt met harde jazzakkoorden en de drummer rolt zijn stokken over zijn drumstel. Het publiek is nu ook wakker. Te midden van dit muziekgeweld ontvouwt Akinmusire zijn solo; kalm, dan weer razendsnel. Zo fluctueert de muziek tussen rustige, sfeervolle composities en snelle solo’s van de verschillende instrumenten. De frontman laat zijn trompet schreeuwen, brommen en zuchten, zonder te breken met het beeld dat de band neerzet. Na de laatste warme klanken laat hij zijn instrument weer zakken: ‘Thank you’. Luid applaus. Eenmaal buiten blijkt het gewoon een herfstavond in Nijmegen.

Zaterdag: Doornroosje

In Doornroosje staan twee acts op het programma: een Noors trio en een jazzgroep uit de VS. Geen luxe stoelen zoals in de Lindenberg, maar staplaatsen zijn voor de bezoekers beschikbaar. Prettig voor de dansliefhebbers, jammer voor de rest.

Het Noorse Gurls biedt die eerste groep de kans zich te bewijzen: hun muziek is de meest dansbare tot dusver. Hoewel de Noorse vrouwen hun eerste optreden buiten Noorwegen geven – op Zweden na, ‘but that’s the same as Norway’ – hebben ze in eigen land afzonderlijk al succesvolle carrières opgebouwd en ook als trio doen ze het niet slecht. Nu is het hun kans zich buiten Scandinavië te bewijzen. ‘We are Gurls’, zegt de saxofoniste met een Noors accent. ‘Our songs are mostly about boys.’ En hoewel de meerderheid van de nummers inderdaad over het andere geslacht gaan, zijn het zeker geen standaard liefdesliedjes. Het nummer Pork Chop Lover gaat over een aantrekkelijke man (‘quite fat’) die toevallig ook lekker vlees kan klaarmaken. Een ander nummer gaat over een ‘really handsome’ jodelaar, die de vrouwen eren door ook zelf te jodelen. Eenmaal uitgejodeld wordt het volgende nummer aangekondigd: ‘This next song is about boys.’

De muziek is jazz, maar ook soul en funk. Met staccato weet de saxofoniste zelfs een soort house neer te zetten. Samen met de contrabas, de zangeres en de regelmatige samenzang kunnen ze voor een complete band door en als er halverwege de set een drummer bij wordt gehaald gaat het nog meer swingen. En hoewel het publiek enthousiast meedanst en –lacht lijken ze er zelf het meest van te genieten. Als ze het laatste nummer aankondigen klinken er teleurgestelde geluiden uit het publiek. ‘But we also want to watch the other band tonight,’ klinkt het excuus.

Die andere band is Josef Leimberg & Astral Progressions uit Los Angeles. Ook trompettist Leimberg werkte met Lamar, en eerder al met Snoop Dogg. Zijn onorthodoxe jazz kent invloeden uit vele genres, van wereldmuziek tot hiphop, en ook zijn voorkomen is anders dan je van een jazzmuzikant zou verwachten: met een fel lichtblauw sportvest en een soort kleine tulband staat hij te midden van zijn – eveneens – flamboyante band.

Voor een frontman staat Leimberg relatief weinig in de schijnwerpers. Sterker nog, de helft van de tijd staat hij alleen met kralen en belletjes te rammelen, terwijl de andere bandleden – stuk voor stuk virtuoze muzikanten – de show stelen. Dat gerammel is echter niet onbelangrijk: het draagt bij aan de veelal psychedelische jazz die wordt gespeeld. De muzikanten bedienen zich rijkelijk van galmen en echo’s en de bassolo klinkt alsof deze onderwater wordt gespeeld – ondanks de verbluffende snelheid ervan. Dit alles wordt voorzien van een haast buitenaardse belichting, van felrood tot geconcentreerd goud dat van de instrumenten in stralen de zaal in wordt weerspiegeld. De relatief schaarse momenten dát Leimberg zijn trompet tevoorschijn tovert, klinkt deze kraakhelder door de mystieke jazztrip heen.

De hele show lang heeft geen bandlid een woord gesproken. Pas als het laatste nummer is gespeeld, stelt Leimberg zijn bandleden stuk voor stuk voor, en wel met een loodzware basstem die uit de keel van deze jazzguru niet anders had kunnen klinken. Tot slot bedankt hij het publiek: ‘Thanks for coming out. Peace on earth.’


Foto's (vrijdag): Edwin Smits