Ferrara: Filosoof Paul van Tongeren in gesprek met schrijver Bert Wagendorp

Terwijl vanavond de profwielrenners tijdens Rush Hour door de straten van Nijmegen denderen, werd afgelopen dinsdag (28 mei) in boekhandel Roelants een boek over vier fietsvrienden besproken. Schrijver Bert Wagendorp sprak over zijn nieuwe roman Ferrara, een vervolg op zijn beroemde boek Ventoux (2013). Ventoux verhaalt over de veelbelovende dichter Peter, die tijdens een gezamenlijke kampeervakantie in 1982 op de Mont Ventoux bij een afdaling op de fiets verongelukt. Zo’n dertig jaar later keren zijn vrienden Bart, André, Joost en David terug naar de Provence en besluiten de Mont Ventoux per fiets te beklimmen.

Niet gehinderd door gebrek aan voorkennis (“Ik had nog nooit iets van je gelezen”) praat prof. Paul van Tongeren, een Nijmeegse filosoof en theoloog, in boekhandel Roelants met de schrijver van Ferrara. Bert Wagendorp was eigenlijk niet van plan om een vervolg te schrijven, maar de personages uit Ventoux bleven in zijn achterhoofd hangen. Hij was benieuwd hoe het met ze zou gaan en er was maar één manier om daar achter te komen. Dus schreef hij de eerste zin en volgde het boek vanzelf.

Schrijver Bert Wagendorp. Foto: Willem Melssen en Heyta Melssen

Vergankelijkheid

Omdat Paul het eerste deel Ventoux niet heeft gelezen, staat hij meer onbevangen tegenover de personages en hun levenslange vriendschap in Ferrara. Als eerste viel hem het thema ‘vergankelijkheid’ op. Bert beaamt dat dit zeker een belangrijk gegeven is. In Ventoux waren de hoofdpersonen halverwege de 40 en hadden ze nog een illusie van onsterfelijkheid. Inmiddels zijn ze een levensfase verder en moeten ze accepteren dat er ergens een einde aan zal komen. De sterfelijkheid speelt een grote rol. Niet alleen hun eigen sterfelijkheid, maar bijvoorbeeld ook de gevaarlijke baan die de dochter van Bart, de ik-figuur, krijgt aangeboden.

De acceptatie van de sterfelijkheid loopt voor elk van de hoofdpersonen anders. Zo koopt Joost een villa in Ferrara om onder zijn frauduleuze verleden uit te komen en zoekt André het meer in het spirituele. Het streven naar doelloosheid wat hier en daar uit het verhaal spreekt, doet Paul sterk denken aan de Titaantjes uit de roman van Nescio. De figuur van André doet hem denken aan de Uitvreter, een personage dat eveneens uit de pen van Nescio komt. André is eigenlijk een soort omgekeerde uitvreter die smijt met geld. Bert moet lachen: “Voor een schrijver is het heel handig om een bankier in je verhaal te schrijven. Dat opent mogelijkheden die geld kosten. Een soort Deus ex machina.”

Overigens is de doelloosheid die de personages nastreven iets anders dan zinloosheid, benadrukt Bert. Doelloosheid kan ook een soort boeddhistische levenshouding zijn, waarbij je je op latere leeftijd kunt afvragen of de doelen die je in je jeugd had nou echt zo belangrijk waren. Als je doelen wegvallen, moet je een nieuwe zin vinden en kan doelloosheid de oplossing zijn.

Autobiografisch

Op een vraag uit het publiek antwoordt Bert dat hij veel van zijn eigen ervaringen omzet in zijn verhalen. Emoties die hij beschrijft, heeft hij in de een of andere mate zelf ervaren. In de hoofdpersoon Bart is zeker veel autobiografisch materiaal te vinden. De gebeurtenissen rondom diens dochter Anna zijn geënt op de avonturen van Berts collega Ana van Es, die als correspondent in het Midden-Oosten regelmatig in gevaarlijke situaties terecht komt. Een compliment voor de levensechte beschrijvingen: Van Es herkende de beschreven situaties zozeer, dat ze Bert vroeg om de locatie van Anna te wijzigen omdat het voor haar anders te dichtbij kwam.

Bert gebruikt ook zaken uit de actualiteit, net als in zijn columns die hij voor de Volkskrant schrijft. Overigens is dat een heel andere manier van schrijven. Columns moeten actueel, snel en kort zijn. Vaak heeft hij maar één dag om ze te schrijven. Zijn boeken schrijft hij voornamelijk in de vakanties. Dan huurt hij samen met zijn vriendin, die ook schrijft, een huis in Frankrijk of Spanje en schrijft elke dag, tot soms wel 5.000 woorden op één dag. Later thuis ‘beitelt’ hij dan als een soort beeldhouwer het uiteindelijke boek eruit door te schrappen, te herschikken en sommige passages opnieuw te schrijven. Maar de grote bulk is dan al gebeurd.

Vriendschap

Behalve de eerder genoemde thema’s speelt ook vriendschap een grote rol. Net als bij de eerder genoemde Titaantjes is vriendschap de kern van hun bestaan. Maar daar praat je niet over, tenzij er een einde aan komt. Als schrijver ben je almachtig, aldus Bert, dus dwingt hij zijn personages om hier toch over te spreken, door middel van de dreigende dood van één van hen.

Gek genoeg speelt Ferrara, de stad die de titel vormt van het boek, geen enkele rol. Nauwelijks in beschrijvingen en niet als decor tijdens het schrijven. Toch is het voor Wagendorp geen onbekende stad. Jaren geleden deed hij onderzoek naar Agricola, een Nederlandse humanist die eind 15e eeuw een paar jaar in deze stad heeft gewoond. Ook Agricola schreef in zijn tijd over vriendschap en dat maakt de cirkel weer rond.

Na afloop signeert de schrijver zijn boek met een gezellig praatje voor iedereen en kunnen ook wij weer een mooi boek toevoegen aan onze goedgevulde boekenkast.

 

Foto's: Willem Melssen en Heyta Melssen